Waardering eCommerce bedrijven

Als de grafiek een ding duidelijk maakt is dat de waardering van eCommerce bedrijven extreem uiteen kan lopen. Maar maar liefst 75X de jaarlijkse omzet, naar 1x of minder. Wat ook duidelijk wordt is dat de echte uitschieters (meer dan 10x de omzet) maar bij enkele bedrijven gebeurd.

Maar ook dat de waardering van het gemiddelde eCommercebedrijf vrij hoog is: maar liefst 5,8x de jaaromzet. De mediaan (de helft van de waarderingen is hoger, de andere helft lager) zit om 2,0x de jaaromzet. Ook stevig.

De drijvende kracht achter deze hoge waarderingen is het ‘winner takes all’ principe. Naarmate eCommercebedrijven een groter marktaandeel hebben wordt er een steeds sterkere virtuoze cirkel ingezet: meer volume –> meer marge –> meer investeren in verkeer –> meer volume, etc. etc.

Google steeds minder vaak start online shopping experience

Interresant onderzoek van BloomReach dat het vermoeden bevestigd dat al in de markt bestond: in de US starten consumenten steeds vaker hun online shopping zoektocht steeds vaker direct bij Amazon. Dus in plaats van het product in de zoekbalk van Google te typen (en dan Amazon en andere aanbieders te vinden) gaan steeds meer consumenten eerst naar Amazon en zoeken daar.

Zij gebruiken Amazon daarmee feitelijk als zoekmachine, ook om producten te vinden van andere aanbieders/merken die hun artikelen via Amazon (als partnershop) aanbieden. Maar liefst 44% van de consumenten shopt op deze manier. 34% van de consumenten gebruikt nog steeds Google als startpunt voor de winkelervaring.

21% van de consumenten start het zoekproces direct bij een webshop (anders dan Amazon.com) en gaat bijvoorbeeld direct naar Zalando oid. Dit is een revolutionaire ontwikkeling die zowel impact heeft op Google (minder verkeer op de zoekmachine is minder reclame-inkomsten van webwinkels) als op de zelfstandige webwinkeliers (meer traffic gaat direct naar de platforms zoals Amazon). En een duidelijke wake-up call voor webwinkeliers. De tijden van Search Engine Marketing Only zijn voorbij: webwinkeliers zullen een echt go-to merk moeten worden dat consumenten direct intypen (of de app van openen), anders gaat het verkeer steeds meer naar de Platforms van deze wereld waar concurreren vooral op prijs gebeurd.

7 Best practices voor productfilters

Een groot assortiment is een sterke conversie-verhogende factor: bezoekers van webwinkels verwachten dat ze meer keuze zullen hebben dan bij een offline winkel. Dat stelt ontwerpers voor de uitdaging hoe dit grote aanbod om een gebruiksvriendelijke wijze op de website te ontsluiten. Categorisatie en navigatie is natuurlijk een eerste methode, maar de meeste sites met een groot aanbod bieden ook filtermogelijkheden aan. Bijvoorbeeld om een grote lijst met televisies te fileren op de gewenste 28″ maat.

Het allerbelangrijkste bij filtering is dat een website filters aanbiedt die voor de gebruiker relevant zijn bij het maken van een keuze. Dus een scherdiameter wel, en de lengte van de voedingskabel niet. Hier zijn enkele handige best-practices voor geavanceerde filters:

  1. Bied categorie-specifieke filters. Zeker voor websites met een breed aanbod aan producten is dit van belang. Veel websites bieden filtermogelijkheden die voor alle categorien relevant zijn. Een soort ‘grootste gemene deler’. Beter is om per categorie te kijken naar welke filters daar relevant zijn, en welke je eventueel kan weglaten. In een outdoor-shop is voor tenten bijvoorbeeld de sta-hoogte erg relevant, of de maximale windkracht waar een tent tegen bestand is, maar dat is bij bijvoorbeeld lampen weer irrelevant.
  2. Belangrijke filters boven plaatsen. Het is logisch om de belangrijkste filters bovenaan te plaatsen. Maar dat houdt ook in dat (zoals bij het vorige punt) de volgorde niet noodzakelijk bij elke categorie dezelfde is. Waar een prijs-filter bij tenten erg belangrijk zal zijn (ze lopen immers uiteen van enkele tientjes tot duizenden euro’s), is dat bij een accessoire als bestek weer veel minder belangrijk. Bepaal de volgorde van de filters in elke categorie op basis van het belang van het aankoopproces voor die categorie.
  3. Meerdere filters tegelijk kunnen gebruiken. Een gebruiker moet zowel meerdere waarden binnen een bepaald filter kunnen selecteren (bijv windkracht 4-5 én windkracht 6-8) als meerdere verschillende filters (windkracht en waterdichtheid). Een gebruiker die goed weet wat hij wil zal daarmee het snelst geholpen zijn.
  4. Voeg thematische filters toe. De ‘specificatie-filters’ liggen vaak het meest voor de hand: omvang, diameter, gewicht, kleur, prijs, etc. Maar dit is niet voor alle gebruikers even intuïtief. Probeer daarom ook wat filters toe te voegen die dichtbij een gebruikersvraag of -behoefte zouden liggen. Bijvoorbeeld: eenvoudige festival-tent, of lichte trekkerstent of bijplaatstent voor kinderen. Dit benadert het meest de koopervaring in een ‘echte’ winkel met een ervaren verkoper.
  5. Maak duidelijk welke filters actief zijn. ‘Waar zijn alle producten nu gebleven?’, of ‘Waarom verkopen ze hier alleen maar kleine tenten?’. Ergernissen die een klant tegen kan komen als hij vergeet dat hij een filter actief heeft, of niet meer goed weet welke filters actief zijn. Laat dus in het filter zien welke waarden aangevinkt zijn (op de plek waar men ze heeft aangevinkt), maar zorg er ook voor dat er een ‘overzichts-box’ is met alle actieve filters. Maak het ook makkelijk om één van de filters te annuleren/verwijderen.
  6. Lange filters inkorten. Veel filters en veel waarden binnen een filter kunnen erg praktisch zijn. Maar ze kunnen ook tot een onoverzichtelijk geheel leiden. Denk bijvoorbeeld aan een enorme lijst van merken waar je op kan filteren. Hier is het verstandig om de getoonde filters binnen een maximum van 10 te houden en eventueel een ‘meer merken’ knop toe te voegen om alle merken te tonen.
  7. Denk aan de ‘terug-knop’. Een van de grootste ergernissen bij filteren is een weinig intuïtief resultaat bij het gebruiken van de terugknop. Soms brengt dat een gebruiker terug naar de laatste pagina voor de pagina waar men is gestart met filteren (ipv één stap terug).

Bijzondere piek in aankopen via apps in de ochtend

Een interessante grafiek die laat zien op welke tijdsvakken de verschillende access devices relatief het meest populair zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen desktop toegang en toegang via mobiel internet of mobiele apps (dus een gemengd gebruik van tablets en smart phones, maar de vraag is hier of men via de browser de site bezoekt, of via een dedicated app).

Dat mobile web (en vooral in combinatie met de smart phone in de avonduren populair is, is vrij breed bekend. Het is ook lekker om op de bank te hangen met het mobieltje en wat rond te shoppen.

Maar vooral de piek van apps in de ochtend is heel opvallend. Deze piek is bij de andere devices niet in die mate aanwezig. Zijn dat de moeders die in de ochtend de aankopen doen via en daar blijkbaar de voorkeur geven aan een app ipv via de browser?

Ook is het opvallend dat de piek in de avond van mobile web later ligt dan van de andere access methods. Mensen blijken ook in bed nog even door te shoppen. Een ideaal moment ook om aan de partner te laten zien wat je voor moois op het oog hebt en de transactie te sluiten.

Nederland in de top marktaandeel aankopen mobiel

De bovenstaande grafiek laat mooi zien hoe groot het aandeel mobiele aankopen is in Nederland. Vergeleken met andere landen staan we in de Top 3, maar liefst 40% van de aankopen wordt mobiel gedaan.

In Japan en de UK is dat percentage hoger (respectievelijk 46% en 49%). Japan heeft een historie van grote adoptie van mobiele concepten. Zij waren -met iMode- ook het eerste land dat ‘smart services’ had via de mobiele telefoon. Lang voordat wij dat in Europa en de VS hadden (hoewel iMode is destijds ook in Nederland gelanceerd maar was een beperkt succes door de tegenvallende content die er op werd aangeboden).

Ook is het opvallend dat in de meeste landen de gemiddelde aankoopwaarde via mobiel lager is dan via desktop (logisch misschien ook, reizen hebben een hoge gemiddelde aankoopwaarde en gaan vaak via desktop), maar dat in Japan de waarde via mobiel inmiddels hoger is dan via desktop. Dat geldt ook voor Frankrijk en Rusland, waar de waarde hoog is, maar de penetratie nog wat lager. Hele interessante verschillen.

 

Voorkeuren access devices naar fase koopgedrag

Een interessant diagram dat goed neerzet welke access devices (telefoon, tablet of desktop). Opvallend is dat in de ‘voor-pret’ fase de voorkeur sterk uitgaat naar het mobieltje: in de bus nog eens kijken naar de foto-camera die je wil hebben, bij een vriend op bezoek nog eens laten zien welke fiets je zoekt, etc. Naarmate de zoektocht meer verfijnd wordt en meer koopintentie krijgt wordt meer en meer de tablet en desktop (of laptop) gebruikt.

In dit diagram is in de aankoop-fase de desktop dominant. Dat is snel aan het veranderen. Aan de consumentenkant stijgt het mobiele verkeer erg snel. Zeker bij vrouwen is dat het access device van voorkeur geworden (huisvrouwen die wel een goede/grote telefoon hebben, maar geen laptop van de zaak). Ook is het formaat (resolutie) van de telefoon snel toegenomen waarmee online winkelen niet meer zo’n opgave is. Online betalen via iDeal met de online bankierapps is via de telefoon tegenwoordig zelfs makkelijker dan via de desktop (geen Random Reader oid nodig). Ook aan de aanbodzijde (webshops) wordt er veel geinvereerd in het aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker maken van de shops (responsive), sommigen lanceren zelfs speciale native shopping apps om het de klant makkelijk te maken (en klantloyaliteit te stimuleren).

Al met al mogen voor voor de nabije toekomst verwachten dat de vlekken in deze ‘heat map’ steeds meer naar tablet, en vooral, naar mobiel zullen verschuiven.

Google Shopping (PLA): snelle groei en goed verkeer!

Google Shopping raakt steeds meer ingeburgerd. Je kent de advertenties wel, je zoekt op bijvoorbeeld een horloge en naast de traditionele tekstadvertenties in Google zie je ook productafbeeldingen met prijzen en de namen van van eCommerce sites. En natuurlijk een directe link naar de product-pagina.

Deze vorm van adverteren wordt ook wel eens PLAs genoemd, Product Listing Ads. De werking is eenvoudig, je upload een productbestand met afbeeldingen naar Google Adwords en configureert deze bij de advertenties. Google Adwords gaat vervolgens tekstadvertenties tonen, maar ook de productafbeeldingen/etc.

Het aandeel van Google Shopping wordt steeds groter. Google toont ze steeds vaker in de zoekresultaten. En terecht, iemand die op zoek is naar een bepaald product ziet aan de afbeelding meteen of het is wat hij/zij zoekt.

De populariteit blijkt ook uit het marktaandeel van Google Shopping/PLA binnen de opbrengst van Google. Vanaf de introdcutie in 2012 is het gebruikt (en de bestedingen) gestaag gegroeid. Van 6% van de impressies in 2012 naar inmiddels meer dan 10%. Een niet te missen kanaal, zeker bij eCommerce van producten.

Er is niet alleen volume van impressies, maar Google Shopping zorgt ook voor relatief veel clicks (tov tekstgebaseerde advertenties). De CTR (click through rate) op de beeldadvertenties is 34% hoger dan op tekstadvertenties. De kwaliteit van het verkeer is iets beter in termen van convertie-ratio en iets goedkoper (geworden) in termen van CPC. Opvallend hierbij is wel dat de gemiddelde orderwaarde (AOV, Average Order Value) lager is bij Google Shopping dan bij Text Ads.

Waarom eCommerce nog meer klantkennis vergt dan offline retailing

Het moet de droom van elke ondernemer zijn…eCommerce. Je maakt een website, zet er producten op, en vervolgens lopen de klanten langs, maken zelfstandig hun keuze, rekenen af, pakketje sturen en klaar. Een offline winkelier zal zich er de vingers bij aflikken. Geen personeel dat moet rondhangen tot er eindelijk een klant binnenloopt.

En in essentie is het aankoopgedrag bij eCommerce in de meeste gevallen ook bijna uitsluitend zelfbediening. Natuurlijk doet de webwinkel er van alles aan om het gedrag van een verkoper in de winkel na te bootsen om de zelfbediening een handje te helpen (denk bijvoorbeeld aan het aanbevelen van accessoires bij een item dat door een klant in de winkelwagen wordt gelegd).

Het betekent ook dat de lat voor de inrichting en ontwerp van de webwinkel hoger liggen dan bij een offline winkel. Een verkoper in een offline winkel kan immers de klant zien en op hem reageren. Maakt de klant zich zorgen over de duurzaamheid van een artikel, de verkoper kan de laatste editie van de Consumentengids erbij halen waar het artikel goed in scoorde. Lijkt het artikel boven het budget van de potentiele klant? De verkoper kan een aantal goedkopere alternatieven onder de aandacht brengen. De verkoper in een offline winkel heeft het dus het voorrecht dat hij de klant kan zien, en er op kan reageren. Daarmee optimaliseert de verkoper feitelijk één-op-één de conversie.

De webshop eigenaar heeft deze instrumenten niet -of in veel mindere mate- tot zijn beschikking. Natuurlijk kan bij het ontwerp en indeling van de site rekening worden gehouden met de veronderstelde klantwensen en -weerstanden. Bijvoorbeeld door het plaatsen van ratings & reviews bij een productpagina, door links naar websites van derden (bv de consumentenbond) en het tonen van alternatieve en gerelateerde producten. Het eeuwige dillema hierbij blijft wat je wel en niet toont, en welke volgorde je hanteert. Overkill van informatie (en daarmee onduidelijkheid voor de consument) en rommeligheid ligt hierbij op de loer.

Een voordeel van de webshop-eigenaar is dat hij meer statistische informatie heeft over het gedrag van zijn klanten dan een offline retailer. Welke producten worden het meest gekocht (ratio bekeken-gekocht), op welke knoppen wordt gedrukt, etc. Nadeel hierbij is dat het vooral informatie geeft over het pad naar succes, en vrij weinig of het pad naar mislukkingen: de data vertelt je wat werkt, en in gering mate wat onbreekt/niet werkt. Zo krijg je bijvoorbeeld geen informatie over welke producten in het assortiment ontbreken.

Klantkennis is essentieel voor de webwinkelier. Deze informatie gebruikt de online retailer om zijn website optimaal te ontwerpen, om het assortiment te bepalen, etc. Voor deze klantkennis is een aantal typische ‘webwinkel-bronnen:

  • (Google) Analytics
  • Reviews/ratings
  • (Mini-)enquetes
  • A/B testing

De meeste van deze instrumenten zijn met name nuttig om te kijken wat (beter) werkt, de tools schieten tekort bij het onderzoeken wat ontbreekt. Mini-enquetes zijn daarbij nog het meest nuttig.

Maar de meest waardevolle bron van informatie is en blijft….de klant zelf!

De management-goeroe Tom Peters betoogde in de jaren 90 al dat elke Marketing Manager die niet minstens 25% van zijn tijd in interactie met zijn klanten doorbrengt eigenlijk ongeschikt is voor zijn positie. En hoeveel Marketing Managers kent u die 1-2 dagen per week met echte klanten bezig zijn? Waarschijnlijk niet al te veel.

Een hele goede manier om als manager van een webshop klantkennis op te doen is om klanten te bellen. Ga het gesprek aan over waarom ze kochten, wat ze belangrijk vonden. Wat ze misschien mistten.

Een tweede methode is het werken in de customer support. Echte klanten die bellen en mailen en die hun zorgen, weerstanden, etc. vertellen: is mijn bestelling echt op tijd als ik nu bestel? Kan ik gespreid betalen? Ik zie twee producten en welke moet ik nu hebben? etc etc. Een ware goudmijn voor een marketeer. In eerste instantie is het niet eens nodig om hier structuur in aan te brengen (bv door middel van statistiek), het is genoeg om je als ondernemer te ‘marineren’ in de klant.

Een derde bron is het serieus nemen van ‘VOC Aggregators’, ofwel Voice-of-Customer Aggregators. De bestaande customer support medewerkers, medewerkers van de afdeling retourafhandeling, etc. etc. die elke dag in contact staan met de klant. Wat valt hen op? Wat weten zij je te vertellen? Neem deze mensen serieus en luister naar ze. En maak ze ook duidelijk dat ze meer zijn dan een team dat klanten zo snel mogelijk moet helpen, ze zijn de ogen en oren van het bedrijf!

Duitsland biedt unieke kansen voor Nederlandse eRetailers

Duitsland is de grootste eCommerce markt van Europa. Dat is deels te verklaren door het feit dat Duitsland het grootste Europese land is met rijke inwoners, maar dat is maar een deel van het verhaal.

Duitsland is van oudsher ook een land met een rijke postorder-traditie. Al voor de opkomst van internet was ‘thuis-winkelen’ een populair kanaal voor Duitse consumenten.

Een aantal van de leading postorderbedrijven hebben succesvol eCommerce geïntroduceerd en als vertrouwde merken bijgedragen aan het volwassen worden van eCommerce in Duitsland. Voor de Duitse huisvrouw die al jaren uit de Otto catalogus bestelde was de overstap naar de website van Otto een relatief kleine stap.

Dat zorgt er ook voor dat Duitsland een vrij volwassen eCommerce industry kent. Sterke concurrenten met trouwe klanten. Het verklaart ook het enorme succes van Amazon. Amazon is de grootste online speler in Duitsland. Duitsers zijn ook erg vertrouwd met het kopen bij Parnershops bij Amazon (derde partijen die aanbieden op het Amazon platform) en daarmee is ook het succes van eBay in Duitsland verklaard; dit platform draait geheel op partners/derden en is ook erg succesvol in Duitsland.

De penetratie van ecommerce in veel sectoren is erg hoog. In veel markten is het aandeel van online veel groter dan offline. Bijvoorbeeld bij boeken, electronica, maar ook bij segmenten als speelgoed en kleding is de verhouding bijna 50-50.

Een bijzonderheid in Duitsland is de voorkeur in betaalmethoden. Waar in Nederland de online betaalmethoden (met name iDeal) het leeuwendeel van de markt beslaan is dat in Duitsland anders. Online betalen via de bank is weliswaar de grootste methode (zo’n 38%, maar zeer opvallend is dat de 2e methode ‘achteraf betalen / betalen op rekening’ is (28%). Achteraf betalen neemt in populariteit wat af (ten gunste van online betalen) maar is nog steeds de nr 2 betaalmethode. Ook dit lijkt een erfenis van de populariteit van reguliere postorder in Duitsland. Bij de traditionele catalogus ging alles op rekening/achteraf betalen. Ook opvallend is dat de creditcard in populariteit lijkt af te nemen. Ook Paypal is in Duitsland belangrijker dan wat wij in Nederland gewend zijn.

3 nieuwe functies in Google Analytics

Google Analytics blijft een van de meest complete analytics instrumenten en is bovendien gratis. Dat maakt het met kop en schouders tot het meest gebruikte instrument voor het volgen van gedrag op websites.

Een van de interessante aspecten van Google Analytics is de continu ontwikkeling van deze dienst. Recent werden er weer drie interessante functionaliteiten toegevoegd:

  1. Actieve gebruikers in laatste x dagen. Het was op zich al mogelijk om in GA een analyse te doen naar het terugkeergedrag van bezoekers en ook om dit voor bepaalde perioden (bv 7 dagen) te doen. Het probleem was echter dat het erg omslachtig was om deze data in de tijd uit te zetten. Daar is nu verandering in gekomen. Google biedt een grafiek waarin men gemakkelijk in een tijdreeks kan zien hoe de gebruikers in bepaalde perioden (1, 7, 14 en 30 dagen) zich ontwikkelen. In het bovenstaande voorbeeld zie je dat de bovenste lijn (bezoekers in de afgelopen 7 dagen) afvlakt. Ergens rondom de breek-datum gaat er dus iets mis en stoppen mensen met bezoeken/gebruiken).
  2. Benchmarking. Een functie waar al lang naar werd uitgekeken. Bij het zien van een verandering in de metrics vraagt mening online marketeer zich af of de daling specifiek voor zijn website is of dat het een ‘markt-ding’ is, en natuurlijk of de stijging die men ziet misschien niet ‘onder par’ is. Met de benchmark-functie kan je jouw gegevens vergelijken met een door jou in te stellen branche, geografie en omvang (aantal bezoekers). Erg handig en nuttig.
  3. Scroll tracking. Google Anatlics vertelt heel goed welke pagina’s getoond worden, maar verschafte onvoldoende data (althans, als je niet tot ingewikkelde tailor-made instellingen overging) over hoe ver er op de pagina naar beneden werd gescrolled. Voorheen was dat een minder groot probleem. Online marketeers probeerden pagina’s ‘kort’ te houden. Met de opkomst van mobiel internet worden pagina’s alleen langer en langer (liever scrollen dan clicken) en daarom werd een scroll analyze onmisbaar: hoe ver scrollen mijn gebruikers eigenlijk naar beneden?

eCommerce in China is gigantisch. Hoe pak je het aan?

Zeer nuttig onderzoek van de grote consultant McKinsey & Company. China heeft zich ontwikkeld tot de grootste eCommerce markt ter wereld. In 2013 was deze markt met bijna 300 miljard dollar de Amerikaanse markt al voorbij. Voor 2018 wordt zelfs verwacht dat de Chinese markt in haar eentje groter zal zijn dan de die van Europa en de VS samen.

Dat biedt natuurlijk kansen voor producten en merken vanuit buiten China. De markt in China verschilt echter sterk met de EU of USA markten. En vergt daarmee een andere aanpak.

China is een groot land met veel inwoners, dat is algemeen bekend. Dat deze markt echter zo volwassen is in termen van eCommerce is minder algemeen bekend. Voor veel merken/producenten/retailers is China te groot om in alle grote steden (dat zijn er meer dan 200) een aanwezigheid te hebben. Dat dwingt de moderne Chinese consument online. In sommige steden met honderduizenden inwoners is internet de enige plek om bepaalde producten te kunnen kopen. Ruim 70% van de Chinese internetgebruikers doet online aankopen. ook in regio’s/steden waar de internetpenetratie laag is, wordt dit percentage gehaald (internetpenetratie varieert in stedelijke gebieden van 52% tot 86%).

Een bijzonder aspect van de Chinese markt zijn de grote internet-retailers en marktplaatsen (digital platforms). Veel merken bieden naast een eigen webshop ook spullen aan via deze marktplaatsen. Zo is er bijvoorbeeld Tmall; een website waar veel merken een shop-in-shop hebben. Daar staan ook ijzersterke merken als Apple of Burberry’s tussen. Natuurlijk heeft China ook een aantal grote algemene internet retailers (denk aan bol.com in Nederland): JD.com, VIP.com en Alibaba.

Een andere bijzonderheid van de Chinese markt zijn de consumer-to-consumer sales. Op stes als Alibaba en Taobao zijn vele duizenden aanbieders (consumenten) die producten aanbieden. Van voedingsmiddelen tot electronica tot kleding. Alles wordt aangeboden. Deze marktplaatsen stellen merken voor grote uitdagingen. Dit zijn plaatsen waar -naast eerlijke handel- ook veel nep-artikelen worden aangeboden. En artikelen uit parallel-import, overtollige voorraden van legitieme retailers, etc. etc. Dit maakt het heel moeilijk om de distributie in handen te houden en bijvoorbeeld controle te houden over verkoopprijzen of de stroom nep-artikelen.

Merken en producenten die willen slagen in China kunnen in de regel niet volstaan met een eigen website. Ze zullen in zee moeten gaan met de grote platforms (JD, Alibaba, Tmall, Taobao) om gebruik te maken van de grote hoeveelheden verkeer (consumenten) die daar de voorkeur aan geven. Dat vergt ook een actieve houding om om te gaan met allerlei onofficiële distributeurs. Waar deze in de afgelopen jaren vooral bevochten werden door de A-merken, zijn zij nu de strategie aan het wijzigen naar samenwerken: de grootste distributeurs via het grijze kanaal worden nu binnengehaald als officiele distributeurs.

Natuurlijk is het ook in China essentieel om met de juiste media-partners samen te werken. Een voorbeeld is Baidu, de Chinese zoekmachine. Maar ook de lokale social media zijn erg belangrijk. Denk daarbij aan WeChat. Chinezen blijken van nature meer wantrouwig voor informatie die ze via officiele kanalen ontvangen (bv overheid of grote ondernemingen) en vertrouwen meer op sociale media en peer-to-peer. Daarbij zijn de grote media-partijen op het vlak van social media essentieel voor een succesvolle communicatie-strategie.

mCommerce lessen uit voorloper Zuid Korea

Zuid Korea is een gidsland op het gebied van mCommerce (online kopen via de Smart Phone). Het land van de Phablet (nergens zijn ze zo populair als in Zuid Korea) maakt een ongekende groei van mCommerce door. De afgelopen jaren is mCommerce elk jaar meer dan verdubbeld.

Opvallend is dat mCommerce vooral populair is onder vrouwen: 73% doet het tegenover 61% van de mannen. Huisvrouwen met jonge kinderen zijn het meest actief op dit vlak (dus niet de drukke werkende vrouw die 5 dingen tegelijk moet doen maar juist de huismoeder). Huisvrouwen zijn goed voor 60% van alle mobiele transacties.

In Zuid Korea wordt zelfs gesproken over ‘mobile first consumers’; dat zijn consumenten die vooral via de telefoon hun aankopen doet. Het gaat zelfs zo ver dat 53% van de m-consumers niet meer online aankopen doet via een laptop of PC, en 13% alleen nog maar via de mobiel aankopen doet (dus dan ook de boodschappen?).

Uit Zuid Korea komen ook wat lessen over het optimaliseren van mCommerce voor merchants:

  • Een selectief aanbod en gerichte aanbiedingen werken het best. Navigeren via de mobiel is toch lastiger. Slimme navigatie, filtering en sortering, intelligente aanbiedingen op basis van historie. Het helpt allemaal om de consument snel (genoeg) te doen vinden wat hem/haar aanspreekt.
  • Prijsgevoeligheid is lager bij mCommerce. Via de laptop of tablet navigeren is makkelijker. Dat uit zich ook in het aantal websites dat wordt bezocht alvorens tot aanschaf over te gaan: 2,0 bij mCommerce en 2,7 bij bezoek via PC/laptop/tablet. Dit komt ook tot uiting in lagere prijsgevoeligheid (minder prijsvergelijken) en daarom meer marge.
  • mCommerce klanten zijn loyaler. Hangt samen met het vorige punt en het feit dat mobiele bezoekers minder gebruik maken van de internetzoekmachines (Google) en sneller terugkomen bij de mobile-optimized websites (en apps!) die ze kennen.

Het bovenstaande biedt interessante kansen voor het bouwen van relaties met de klant en het optimaliseren van klantwaarde.

 

Showrooming vs webrooming

Met de opkomst van eCommerce kwam ook het begrip Showrooming: in de winkel producten bekijken (en voelen) en de vervolgens online (met name) naar de beste prijs zoeken. Een doorn in het oog van mening offline retailer: zij betalen immers huur en personeel om klanten voor te lichten, maar de omzet gaat naar online retailers.

In de bovenstaande tabel blijkt dat Showrooming met name onder jongeren populair is. Maar ook dat het omgekeerde verschijnel Webrooming populair is: online naar producten zoeken, en deze vervolgens in een offline winkel kopen. Bij oudere generaties is het zelfs poplairder dan het gehekelde Showrooming. Dat Webrooming en Showrooming ongeveer even populair zijn wordt bevestigd uit Amerikaans onderzoek:

De vraag is natuurlijk of het ene wel tegen het andere opweegt. Of een ‘evidente aankoop’ niet veel makkelijker verloren gaan van offline naar online, dan andersom. De redenen die mensen aangeven voor Webrooming (dus uiteindelijk toch offline kopen) is met toch graag de producten wil bekijken/voelen, dat het makkelijker is om het op te halen (sneller in huis) en dat retouren dan niet zo’n issue zijn (je weet immers in ieder geval of het product je in werkelijkheid ook aanspreekt).

Maar het is zeker niet zo dat het effect voor de online retail uiteindelijk neutraal is. Mensen die veel shoppen (meer dan 2x per week) en mensen met een hoog inkomen zijn veel meer geneigd om aan Showrooming te doen. En daarmee gaan met name de meest interessante consumenten aan het offline kanaal verloren. Helaas waren er geen data voorhanden omtrent het profiel van Webroomers, als consumenten zijn met een lager inkomen en minder intensief shopgedrag zou het netto effect voor offline retailers nadelig zijn.

Facebook: still going strong!

Als je de media er op naslaat zou bij Facebook het begin van het einde nabij zijn. Vooral jongeren zouden het medium/platform de rug aan het toekeren zijn. Uit recente cijfers blijkt het tegendeel. Het aantal maandelijkse actieve gebruikers (MAU) blijft stijgen. Dat zijn dus niet enkel de mensen die een account hebben, maar ook minimaal eens per maand toegang hebben tot hun account. Dat aantal nadert nu de 1,4 miljard!

Wat vooral opvalt is dat de ARPU kwartaal-per-kwartaal blijft stijgen. ARPU staat voor Average Revenue Per User. In het geval van Facebook worden de opbrengsten per gebruiker geheel door advertentie-inkomsten gedreven. Zowel de MAU als de ARPU blijven ook groeien:

 

De groei in actieve gebruikers vlakt af, maar de groei in inkomsten per gebruiker (advertentie-inkomsten) blijft maar sneller en sneller groeien. Dat is voor het grootste deel te danken aan de toenemende effectiviteit van de advertenties van Facebook.

Door het slimme gebruik van data weet Facebook steeds beter de juiste advertentie aan de juiste gebruiker (op het juiste moment) te tonen. Daarmee is de gemiddelde waarde per impressie aan het stijgen.

 

De bovenstaande grafiek illustreert ook dat de gemiddelde inkomsten per mobiele gebruiker snel toenemen. In het eerste kwartaal van 2012 was dat nog 0 (er waren geen advertenties in de Facebook app), en vanaf de introductie neemt de mobiele ARPU snel toe. Inmiddels bedragen de mobiele advertentie-inkomsten meer dan de helft van de Facebook-inkomsten.

In de Westerse wereld is ook het mobiele gebruik van Facebook zeer dominant. En laat dat toevallig ook het gebied zijn waar de opbrengsten per gebruiker het hoogst zijn; daar waar adverteerders veel aan een consument kunnen verdienen zullen ze ook meer aan op hen gerichte advertenties willen uitgeven. De grote verschillen in opbrengst per gebruiker blijken uit de volgende grafiek. Uiteraard verbaast het niemand dat de inkomsten in Noord Amerika veel hoger zijn dan in bijvoorbeeld Azie, maar dat ze ook 2-3x zo hoog zijn als in Europa blijft analisten verbazen.

Case: wat gebeurd er als je een gratis App betaald maakt?

Gratis Apps hebben één heel groot voordeel: gebruikers kunnen ze makkelijk (goedkoop en risicoloos) uitproberen en kennen daardoor veel downloads. Het omgekeerde is ook het geval, Apps die betaald in de app store staan (of worden geïntroduceerd) hebben vaak maar weinig downloads. Of het moet gaan om downloads met een hoge naamsbekendheid. Denk bijvoorbeeld aan TomTom of aan apps uit de Disney-stal.

Een nadeel van een gratis app (zelfs met in-app aankopen) is dat er vaak maar erg weinig geld mee wordt verdiend (er zijn inderdaad uitzonderingen op de regel). Wat wat gebeurd er nu met een gratis apps met veel downloadse én enthousiaste gebruikers (word-of-mouth) die van gratis de overstap maakt naar betaald?

Dit maakt de case van TuneMark Radio zo interessant. Tunemark is een gratis radio streaming app waarmee je naar meer dan 30.000 radio-stations kan luisteren. De app kende zo’n 700 (gratis) downloads per dag. Een aanzienlijk aantal voor een Indie-app. In de muziek-categorie (een categorie met veel concurrentie) stond de app doorgaans rond de 200ste plek.

Dit is wat er gebeurde bij de overstap van gratis naar betaald (99 cent/download):

Een daling van 700 naar zo’n 60-70 downloads per dag. Een daling van ongeveer 80%. De positie 200 in de gratis ranking werd verruild voor plaats 100 in de betaalde ranking. De gratis categorie is vele malen meer concurrerend dan de gratis categorie (omdat alle ontwikkelaars gaan voor het model dat in de markt het meest oplevert: free with in-app purchases).

Multi-iPad family in opkomst

Na de introductie van de iPad was de vraag welk percentage van de huishoudens een iPad had. De vraag is tegenwoordig veel meer ‘Hoeveel iPads heeft een gezin?’.  Het aantal gezinnen (dat uberhaubt een iPad heeft) die er ‘maar één’ heeft is gedaald van 84% naar 69% en maar liefst 31% van de gezinnen heeft 2 iPads of meer. En niet zelfden is dan een nieuwe iPad en een wat oudere (papa koopt een nieuwe voor zijn werk en schuift de oude door naar de kids). Een goede reden om apps ook op oudere tablets/iOSen toegankelijk te maken/houden.

App marketing: de groei zit in in-app purchases

In-App purchases (vaak in combinatie met free-to-download apps) zijn het groeimodel in app marketing. De bovenstaande grafieken maken duidelijk hoe zeer de opbrengst van apps is gegegroeid (vooral van Games) en hoe sterk die groei uit in-app purchases komt. De groei van non-in-app purchases is minimaal. Ook maakt de grafiek duidelijk waar het geld wordt verdiend. Games verdiend in zijn eentje 3x meer dan alle andere categorien bij elkaar..

App revenue: Japan en Korea streven US en UK voorbij

Bij de start van de app economie waren de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de grootste markten: in downloads, maar vooral ook in opbrengsten. In downloads ging China de VS al eerder voorbij, maar nu is het ook tijd om op het gebied van opbrengsten een ander land voorbij te laten.

En dat is heel verrassend Japan. Of eigenlijk, niet eens zo verrassend. Japan had tien jaar geleden al een bloeiende mobile content economie door iMode. Er was toen weinig alternatieve (gratis) content (zeker mobiel) en dat heeft consumenten vertrouwd gemaakt met het betalen voor content. En het resultaat is daar. Ook het feit dat Korea de UK voorbij is is een indicatie dat app uitgevers de ogen steeds meer gericht zullen moeten houden op het Oosten.

Op welke tijdstippen worden apps het meest intensief gebruikt?

Waar Social Media Apps (bv Facebook) pieken kennen tijdens ontbijt, lunch en in de avond gaat is het beeld voor alle apps anders. Daar zie je op doordeweekse dagen een langzame groei van het gebruik gedurende de dag met een piek tussen 19h00 en 22h00. In het weekend is het gebruik in de ochtend (wel eerst tot 10h00 uitslapen) aanzienlijk hoger, maar ook daar is er een piek in het 2e deel van de avond.

China gaat US veruit overvleugelen in mobiele devices

Een interessante grafiek van Flurry over het aantal actieve smartphones in verschillende landen. China is in aantallen de Verendigde Staten nog niet voorbij, maar de groei en de potentie is dusdanig dat je mag verwachten dat er spoedig 3x zoveel Chinese mobile devices zijn als US devices. Een sterk Chinees mobile OS is dan ook een kwestie van tijd…

Waarom inspelen op eCommerce?

Mobile eCommerce groeit erg snel, de adoptie is vele malen sneller dan destijds desktop eCommerce. En het is logisch ook: je bent onderweg en hebt de tijd om wat rond te kijken. En opeens is daar ‘impuls eCommerce’. 55% van de aankopen wordt binnen 1 uur na de initiele zoekopdracht gedaan.

Met als gevolg dat inmiddels 23# van de aankomen nu tot mobile commerce gerekend kunnen worden. En de consumenten die via mobile kopen zijn helemaal om, bijna 50% doet meer dan 1 aankoop in het afgelopen half jaar, 20% meer dan 4.

Maar eRetailers moeten nog wel even wakker worden. Veruit de meesten hebben hun website nog niet geoptimaliseerd voor mobile devices. En dat terwijl 97% van de shoppingcarts niet afgerekend wordt (bij desktop ligt dat rond de 33%). Werk aan de winkel!

Banners dood? Ik dacht het niet…

De consensus aan de borreltafel is duidelijk: banners zijn dood. Wie klikt daar nu op? iedereen gebruikt toch een Ad Blocker? De werkelijkheid is anders, banners zijn -vooral vanaf de opkomst van programmatic buying en automated trading- meer aanwezig dan ooit. Het bovenstaande diagrammetje overdrijft het wat, maar heeft een duidelijke kern van waarheid.

Banners zijn voor veel media de belangrijkste bron van inkomsten. En met de dalende CPM opbrengsten is banner-content verhouding steeds meer richting de banner verschoven.

Kijkje in de keuken van grote eRetailers

Een uniek kijkje in de keuken van werelds grootste retaliers (Alibaba buiten beschouwing gelaten). Heeft u zich altijd al afgevraagd wat het conversie-ratio van Apple of Amazon zou zijn? Wat is nu eigenlijk het ‘plafond”? Maar liefst 12,5% conversie voor een Amazon. Dat is wat een ‘everything store’ met ‘everyday low pricing’ kan opleveren. En bij Amazon (en Walmart) ook nog eens opvallend hoge AOVs (Average Order Value).

Piekdownloads apps tijdens de kerstdagen

De kerstdagen zijn in de VS piekdagen voor zo’n beetje alles: aankopen, reizen, maar ook van app downloads. Dat wordt enerzijds gedreven door ‘new devices’ mensen die van de Kerstman een nieuwe phone of tablet krijgen gaan meteen op zoek naar nieuwe apps, maar ook door het feit dat velen dan een paar dagen vrij hebben en tijd hebben om een nieuw spelletje oid te proberen.

Opvallend is het echter wel dat de piek veel meer uitgesproken is in de US dan in China of de UK. Maar liefst een half miljard downloads in een week…

eMailmarketing weer in de lift

Emailmarketing was door velen al doodverklaard: te spammy, te lage open- & click rates en vooral, dalende conversie. De kracht van outbound zou voortaan bij Twitter en Facebook gezocht moeten worden. Maar niets in minder waar: met zege-tocht van smart phones is ook emailmarketing weer helemaal in de lift.

Waar we vroeger bij het openen van de email op de laptop/desktop ons te druk voelden voor de commerciele boodschappen lezen we nu veel vaker email op ‘dode momenten’ en dan is er opeens wel tijd om dat mailtje met aanbiedingen van bol.com te scannen: misschien zit er wel wat leuks tussen? Inmiddels wordt 50% van de marketing emails op een iphone of iPad gelezen!

Grote verschillen in cost-per-install per land

Er bestaan grote verschillen in de kosten per app-installatie in verschillende landen. Noord-Amerika en Europa liggen in grote lijnen nog dicht bij elkaar (hoewel het EMEA dat in dit overzicht wordt gebruikt wel heel erg homogeen is) liggen de kosten per installatie in Azie/Australie en Zuid-Amerika op een veel lager niveau. In grote lijnen gaan kosten per installatie en opbrengst per gebruiker wel hand-in-hand.

Heel opvallend is de zeer hoge prijs per installatie in Rusland en de Scandinavische landen. Deze landen zijn het Walhalla van app monetization. Dat is ook te zien aan de kosten per click. Ook opmerkelijk zijn de enorme Click-through-rates in India, Indonesie en Peru. Daar wordt blijkbaar echt op alles geklikt, maar niet veel gekocht.

ARPU = gemiddelde opbrengst per gebruiker

Een vraag die ons veel gesteld wordt is: verdienen al die gratis apps nu ook daadwerkelijk geld? Ruwweg zijn er drie belangrijke verdienmodellen in app-land:

  • Betaalde apps
  • Gratis apps met in-app purchases
  • Betaalde apps met in-app purchases

Een vierde vorm is het verdienmodel met advertenties. Dit verdienmodel is alleen zinnig bij apps met hele grote bezoekersaantallen.

Opvallen is dat de opbrengst per gebruiker (zie grafiek van Distimo) bij betaalde apps (met/zonder IAP) het hoogst is. Het is verleidelijk om te denken dat dit model dan ook daadwerkelijk het meeste oplevert. Dat is in de praktijk niet zo: gratis apps hebben een veel hogere install rate (het aantal installaties en de verhouding tussen bekeken worden en geinstalleerd worden). Opvallend is het dat iPad-gebruikers bijna 2x zoveel bereid zijn te betalen voor hun apps dan iPhone gebruikers. Vermoedelijk omdat er veel iPhone gebruikers zijn die de telefoon gratis hebben gekregen en verder de bestedingen rondom het apparaat proberen te minimaliseren.


2013: het jaar van het Freemiummodel

Dat het Freemium-model de app stores domineert is bekend. Maar dat het zo snel aan marktaandeel wint blijft opmerkelijk. Ook is het opvallen dat het Freemium-model -dat de iOS stores domineert- nóg dominanter is in de Android omgeving. Ook is het opvallend dat in Japan het Freemium model de App store nog meer domineert dan in de US (in Japan is Android ook sterker dan in de US).

 

Er zijn overigens categorien waar het Freemium-model geen hoofdrol speelt (bv navigatie en productivity), maar in de belangrijkste volume-categorien (games, nieuws) is het model mega-dominant.

2013: grootte en groei van App markten

De USA blijft de grootste markt voor apps. Opvallend is echter wel dat de traditionele nummer 2 (UK) inmiddels door twee Aziatische landen in ingehaald (Japan en Korea) en dat naar verwachting China het weldra zal inhalen. Dat blijkt ook uit de onderstaande groeicijfers. Waar de traditionele Engelstallige landen met ‘slechts’ 75% groeien. Is er in de opkomende Aziatische landen een veel grotere groei:

Opvallend is ook het verschil tussen de populariteit van app stores. Waar in de belangrijkste Engelstallige landen Apple het meest belangrijkste model is in termen van omzet, is in het vasteland van Europa Android al een stuk sterker (goed voor ongeveer 1/3 vd omzet) en is in Azie Android het sterkste model.

2013: Veel meer downloads nodig om in Top 25 app store te komen

Een plaats in de top25 van de Amerikaanse app store (iOS) is voor veel app uitgevers een doelstelling. Dat is immers een garantie voor veel extra downloads van gebruikers die de ‘top charts browsen’ op zoek naar leuke nieuwe apps. Het aantal downloads dat nodig is om die positie te bereiken is in 2013 sterk gestegen. Een duidelijke indicatie dat het totaal aantal downloads maar blijft groeien.

Waar in 2012 38.000 downloads per dag genoeg waren om in de overal top 25 (iPhone, free) te komen zijn er in 2013 maar liefst 77.000 nodig. Ook het aantal downloads dat nodig is om die positie te behalen in de Education categorie is gestegen: van 1200 per dag naar 2600 per dag.

Voor iPad liggen die aantallen ween stuk minder hoog. Daar zijn (in 2013, iPhone/Free) voor de overall top25 7.000 downloads nodig en voor een categorie als education 3000. Opvallend is dat de (nieuwe) kids categorie competitiever is dan de traditioneel competitieve education categorie. Voor iPad zijn zo’n 300 downloads per dag genoeg voor dezelfde positie in Education of Kids.

 

Voor de volledigheid voegen we onder deze statistieken ook de statistiek voor iPhone/Free in 2012 toe.

Online winkels willen ook offline

Het gaat niet goed met de traditionele retailer. De internetwinkeliers vormen een serieuze bedreiging en veel offline retailers doen pogingen om online te gaan. Maar het omgekeerde gebeurd ook steeds meer: steeds meer online winkeliers hebben één of meer fysieke vestigingen of ambiëren dit.

Op dit moment heeft bijna een kwart van de online retailers een fysieke aanwezigheid:

  • 15% een eigen winkel
  • 8% een shop-in-shop
  • 1% een pop-up shop (tijdelijke winkel)

 

Van de online retailers die nog geen offline presence hebben ambieren er veel een fysieke start te maken:
  • 43% shop-in-shop
  • 38% eigen winkel
  • 35% pop-up store

In-app purchases grootste omzet, maar lagere omzet per download

In App Purchases uit gratis Apps (IAP) zijn al langere tijd het belangrijkste verdienmodel in de iOS app store, een ontwikkeling die niet meer te stoppen lijkt (onderzoek Distimo). Binnen een jaar tijd groeide het aandeel van IAP in de omzet van ruim 50% naar ruim 70%.

Een tweede trend is overigens het toevoegen van IAPs aan betaalde apps, daarmee wordt de waarde per gebruiker (Average Revenue per User – ARPU) nog verder opgekrikt.

De ratio achter de combinatie van gratis apps met IAPs is duidelijk: de drempel om een app te downloaden is laag en als de app de gebruiker weet aan te spreken dan is er kans om de gratis gebruiker om te zetten in een betalende gebruiker. De belangrijkste driver lijkt vooral het grotere volume aan app installaties te zijn (en daarmee lagere kosten per installatie als er reclame wordt gemaakt).

 

Opbrengst apps blijft groeien, Japan en Korea groeien het hardst

Onderzoek van Distimo toont aan dat Japan de markt is waar de opbrengst per download het hoogst is, maar liefst 3x de opbrengst van de andere grote landen. Japan is sinds 2000 -toen iMode werd geintroduceerd- al gewend om geld uit te geven voor ‘mobiele content’. iMode is destijds verder  nergens echt aangeslagen.

Een andere factor die zal meespelen is dat er ontzettend veel gratis content in het Engels beschikbaar is. Gebruikers in de US en UK hoeven vaak niet te betalen voor apps. Feit blijft natuurlijk dat Japan een interessante markt is voor uitgevers: de markt is groter, maar hij groeit ook sneller dan de overige markten. Dat zelfde geldt overigens ook voor Korea: app revenue groeit er sneller dan in de US/UK en het land is inmiddels de UK voorbij.

Cost per install van apps schiet omhoog tijdens kerst

Onderzoek van Superdata toont aan dat tijdens de decembermaand de Cost per Install (per geinstalleerde app dus) omhoog schiet. Omdat er tijdens de feestdagen veel apps worden geinstalleerd proberen zo veel mogelijk app uitgevers hoog in de rankings te komen. De reden dat het aantal installaties omhoog gaat tijdens de feestdagen is dat veel mensen een nieuwe smartphone of tablet krijgen van de Sint of de kerstman (en dan op zoek gaan naar apps om de tablet van content te voorzien) maar ook omdat mensen dan meer vrije tijd hebben om met hun speeltjes aan de slag te gaan.

Veel app discovery vindt plaats via de ‘top25’ lijsten in de app store en door middel van zoeken op keywords. Voor beide is een hoge ranking in de app store de belangrijkste drijvende kracht. Dat is dan ook de reden waarom er veel concurrentie is onder uitgevers: iedereen wil in die periode in de top25 terecht komen. Door die druk is het lastiger om in de top25 te komen (je hebt nog meer isntalls nodig om er te komen) en door de toegenomen concurrentie is ook de prijs per click hoger.v

Opvallend is het echter dat groei van de kosten per installatie de verhoogde opbrengst per app sterk voorbij gaan. Voor app ontwikkelaars rest de vraag of men moet meedoen, of men de december-maand beter kan laten schieten.

7 populaire time line post voor marketeers

Facebook is voor veel marketeers een ideale tool om met hun fans (meest trouwe en enthousiaste klanten) te communiceren: het is goedkoop, houdt de conversatie en relatie gaande en biedt kansen om op gezette momenten op een goedkope manier de doelgroep te bereiken met commerciële boodschappen.

Daarvoor is het echter wel nodig om de fan-base te laten groeien en om deze te onderhouden. Daarbij is het van belang om engagement te stimuleren. Dat zorgt voor een hoge EdgeRank van de Facebook Page en geeft optimale zichtbaarheid aan toekomstige posts. Maar welke acties op Facebook geven nu de beste kansen op engagement?

7 Evergreens in één infographic:

Thuiswinkelmonitor: gestage groei zet door

De Thuiswinkel Monitor voor het eerste halve jaar van 2013 is uit: de groei zet door, en lijkt wat te normaliseren. Voor de meeste segmenten geen ‘double-digit’ groei meer. Maar de 8% is een uitstekende prestatie als je het vergelijkt met de omzetdaling in offline retail (o.a. door de beperktere bestedingen van consumenten door de crisis).

Het gemiddeld besteedde bedrag neem wat af, waarschijnlijk door het kleiner worden van het aandeel van reizen/etc in de totale mix. De groei zit vooral in een aantal segmenten met lagere gemiddelde orderwaarden: speelgoed, muziek/downloads en hardware.

mCommerce rukt hard op

De opmars van mCommerce gaat sneller dan meningeen had verwacht. Waar vorig jaar 1,5 miljoen mensen via een mobile device een aankoop deed, is dat binnen een jaar naar 2,3 miljoen gegroeid. En daarmee naar 25% van de online kopers!

64% van de aankopen worden via de tablet gedaan. Het is dan ook het apparaat van voorkeur als men thuis bestellingen doet (95%). Opvallend is dat 36% (800.000 mensen) een aankoop hebben gedaan via hun telefoon, en dat 62% de smart phone gebruikte om de aankoop thuis te doen. Veel consumenten gebruiken hun smart phone als volwaardig access device.

En waarom? Je hebt hem altijd dichtbij en je hoeft er de luie stoel niet voor uit (letterlijk). De belangrijkste hindernissen blijven het kleinere scherm (wordt met Phablets aan gewerkt) en het feit dat veel sites niet optimaal werken voor mobile (werk daar aan als u geen omzet wil mislopen!).

 

90% van de gedownloade apps is gratis…

Een steeds groter aandeel van de gedownloade apps is gratis, het aandeel heeft maar liefst de 90% bereikt. Ook de bedragen die men betaald als met wél voor een betaalde app kiest staat sterk onder druk. De omzet wordt tegenwoordig niet meer met de verkoop van de app gemaak, maar met het verkopen van in-app purchases of abonnementen.

De gemiddelde aankoopprijs per app verschilt ook sterk per platform. Hij is het laagst bij Android (6 cent). Voor de iPhone is deze al rim 3x zo hoog (19 cent) en de iPad spant de kroon met 50 cent.

App markt groeit, steeds meer inkomsten via abbonementen.

De markt voor apps blijft maar groeien. De omvang van de markt in de grootste 28 Europese landen is de 10 miljard euro per jaar al voorbij en groeien in 2014 door naar bijna 12,5 miljard.

Opvallend is dat enkele jaren geleden het geld met name verdient werd met het downloaden van betaalde apps, wat al snel een ontwikkeling doormaakte richting freemium apps (gratis apps die meer content of functionaliteit bieden als de gebruiker bereid is ervoor te betalen). Opvallend is dat in enkele jaren abonnementen voor content de grootste bron van inkomsten zijn geworden, bijna 4x zo groot als de verkoop van apps.

Online Customer service: het hoe en waarom

Een interessante infographic over customer service. Duidelijk wordt dat de meeste klanten binnen een dag een reactie verwachten. 10% van de klanten die via e-mail contact zoeken met de customer support verwachten zelfs binnen een uur een antwoord, bij social media is het aantal mensen die binnen een uur een reactie verwachten bijna 2x zo hoog.

Ook opvallend is dat 26% van de mensen die slechte customer service ontvangen er via sociale media over zullen klagen. En dat maar liefst 79% van die klachten helemaal niets wordt gedaan. Terwijl 22% van de online klagers die wél serieus genomen werden een positieve review via social media zullen achterlaten.

20 stappen naar een goede Business Page op Facebook

Voor veel bedrijven is Facebook een prima platform om met hun klanten te communiceren. Vooral bestaande klanten, en in het bijzonder fans, vinden het interessant om via deze weg op de hoogte te blijven van hun favoriete merken en bedrijven. En om ermee in interactie te gaan, alsmede met andere fans. De onderstaande infographic geeft een stappenplan en wat aanwijzingen omtrent hoe dit succesvol te doen.

Traffic: CPM onder druk, Fixed fee in de lift

Een grafiek uit de Adspend studie van het IAB. De ontwikkeling van de verschillende afrekenmodellen voor traffic. CPM blijft veruit de grootste, maar staat onder druk. Opvallend is de stijging van Fixed Fee advertising. Dat valt waarschijnlijk te rijmen met de groei in ‘interruptie formats’ (bv banners die het hele scherm overnemen) die vaak in nauwe samenwerking tussen adverteerder en publisher worden ontwikkeld. Hierbij wordt regelmatig een vaster periode en bedrag afgesproken voor de plaatsing. Daar dit vooral op de grote platforms wordt gedaan (bv nu.nl of marktplaats) is de impact in termen van revenue groot.

De onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de interruptie format: dat rukt op in termen van marktaandeel. Deze groei gaat ten koste van de traditionele formats (embedded formats). Opvallend is dat de video-advertentie vrij constant blijft.

Automated tranig steeds belangrijker

Steeds meer plaatsingen van banners gaan via grote de grote display-platforms. Geinspireerd op het biedingssysteem van Google Adwords zijn grote ‘exchanges’ ontstaan waar adverteerders campagnes kunnen instellen (doelgroepen, geografie, belangstelling, tijdstippen) en biedingen per click kunnen instellen. Publishers -aan de andere kant- stellen advertentieruimte (bv onverkochte ruimte) beschikbaar.

De systemen zijn intelligent en wijzen de online advertentieruimte automatisch toe aan de best presterende campagnes. Hierdoor kan het voorkomen dat een adverteerder geen idee heeft waar hij/zij adverteert en een publisher geen idee heeft van welke campagnes op zijn site draaien: maar wel dat het voor beide de meest interessante mix oplevert.

Inmiddels wordt ruim 60% van het advertentieverkeer op deze manier afgehandeld. In termen van geld gaat het om 43% van het volume. Dat komt omdat de clicks binnen automated tranig voordeliger zijn: vaak verkopen publishers hun ‘rest-clicks’ op deze manier en worden de beste/duurste banners (bv op de homepage) via andere kanalen verkocht.

Content-marketing: de kracht van infographics


Een van de krachtigste content-marketing instrumenten is de infographic. Mensen lezen deze visuele samenvattingen van onderzoeken en interessante weetjes graag. En publishers weten dat: daardoor wordt deze content snel overgenomen. De bovenstaande video zet de kracht van infographics goed uiteen. Maar waarom niet video als een nieuwe soort infographic gebruiken? De video infographic, wordt dat de nieuwe trend?

Kiddie App bijna live!

Er is twee jaar ongelooflijk hard aan gewerkt, maar nu is het bijna zo ver: Kiddie App!

Check de video voor uitleg over de manier waarop Kiddie App ouders helpt bij het opvoeden van hun kleuters. Kiddie App is een pedagogisch systeem voor kinderen van 2 – 4 jaar. Het combineert voorlezen en belonen in één systeem.

CTR en CPC Benchmarks voor adverteren op Facebook

Er komen steeds meer manieren om op Facebook te adverteren en er is een toename in het aantal partijen dat er gebruik van maakt. Maar welke vorm van adverteren is het meest effectief?

Opvallend is dat de Click-through-Rates (CTR, het percentage mensen dat op een ad klikt na hem gezien te hebben) het hoogst is bij de verschillende varianten van Sponsored Ads. Dat zijn adverteervormen die de Likes/etc van vrienden extra onder de aandacht brengen. Dus: als een vriend (uit eigener beweging) bv de pagina van Triodos Bank heeft geliked, dan kan Triodos deze betaald (en langdurig) onder de aandacht van  zijn vrienden blijven brengen. De CTRs liggen boven de 2%, dat is -vergeleken met andere vormen van display- enorm hoog. Door de hoge CTRs zijn de clickprijzen ook vrij laag. Facebook gaat het immers om het maximaliseren van de CPM (wat impressies opleveren).

Maar naast de advertentie-vorm is ook de branche van de adverteerder van belang voor de CTR en CPC. Een consument is nu eenmaal meer actief geïnteresseerd in sommige producten en diensten dan in andere. Ook is de concurrentie in online marketing hoger in de ene branche als in de andere.

De CTRs varieren van bijzonder laag (bv 0,03% in de auto-branche) tot 0,9% (30x hoger!) in de telecom branche. De variatie in CPC is minder hoog. De goedkoopste clicks komen rond de 20 cent uit en de duurste rond de 40 cent. Opvallend is het hoe groot de variatie is in hoeveel Facebook aan het vertonen van advertenties verdiend. Aan dating klanten wordt nog maar 10 cent per 1.000 impressies verdiend, terwijl in telefoon dat 1,40 dollar is. In de sport branche komt dat zelfs op ruim 9 dollar per 1.000 impressies!

Wat kost een Like op Facebook?

Een eigen Facebook pagina is voor veel B2C-marketeers een must. Direct kunnen communiceren met consumenten die jouw merk zien zitten, een dialoog aangaan, etc. Wie wil dat niet?

En een Facebook Page is zo aangemaakt. En als je iemand in huis hebt die het leuk vind om van tijd-tot-tijd er een leuk weetje, quiz-je of poll-ekke op de pagina te zetten dan ben je een heel eind (vergeet niet de reacties en posts van fans te volgen en er adequaat op te reageren!). Maar…hoe kom je aan een publiek om mee te interacteren?

Mensen zullen de pagina eerst moeten Liken alvorens ze de updates van een merk in hun nieuwsoverzicht gaan zien. Natuurlijk kan je in advertenties, op verpakkingen en dergelijke oproepen tot het Liken van de pagina, maar de meeste merken gaan vroeg of laat adverteren op Facebook om de pagina onder de aandacht te brengen, en om Likes te verkrijgen.

In de tabel staan benchmarks voor verschillende bedrijfstakken van de Click-Through-Rates op Facebook advertenties en de kosten per Like. Het verschilt sterk per branche. De laagste kosten per Like zijn er in bedrijfstakken waar de consument actief affiniteit mee heeft (bv mode of gadgets) of waar er interessante voordelen te halen zijn (bv korting) door een pagina te Liken. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan Retail waarbij klanten die een FB-page liken eerder toegang krijgen tot de opruiming.

Datzelfde beeld komt naar voren uit de percentages van impressies naar Likes. Die zijn erg laag (doorgaans lager dan 1 op de 1000) en varieren sterk. Waar Retail 0,11% scoort (korting!) is het bij vele andere branches lager dan 0,05%.

 

Mobile App install Ads van Facebook wat zijn de kosten?

Facebook presenteerde zeer overtuigende cijfers over het 2e kwartaal van 2013. Een grote sprong in zowel omzet als winst. De grootste sprong in inkomsten kwam uit advertenties op mobiel (groot volume en duurder dan op desktop). En van een relatief nieuwe advertentie-variant op Facebook: Mobile App install Ads.

Dit zijn advertenties die apps onder de aandacht brengen. Vanuit de advertentie kan direct naar de App Store (Apple of Google Play) geklikt worden en kan de App worden aangekocht.

Een effectieve tool omdat mensen de app op hun mobiel te zien krijgen en direct kunnen downloaden en meteen de App kunnen gebruiken: instant gratification. Ook zijn de advertenties enigzins social: je krijgt te zien hoeveel van je vrienden de app al gebruiken.

En het beantwoordt aan een behoefte van App uitgevers. De meeste apps worden gekocht door te browsen in de top 25 lijsten in de App store of door mond-tot-mond. De rankings in de App store zijn afhankelijk van het aantal downloads die een app krijgt, en ook mond-tot-mond moet ‘aangeslingerd worden’ door initiele gebruikers.

Zoals alle App Push/Boost diensten zijn de kosten aanzienlijk (zeker in relatie tot wat veel apps opbrengen). Het De onderstaande grafiek toont wat de gemiddelde kosten per installatie zijn. En let wel, dit is voor gratis Apps. Voor een betaalde App liggen deze kosten hoger. Samengevat: een mooie tool om een app onder de aandacht te krijgen.

Groei Offline retail slechter dan gedacht

Dat het niet goed gaat met de offline retail is bekend, de grafiek illustreert dat nog eens. Al ruim een jaar krimpt de omzet/afzet rond de 5%. Online retail groeide in mei 2013 ten opzichte van het jaar daarvoor met maar liefst 11,1 procent. De cijfers van de Offline retail worden overigens nog positief beinvloed door de online retail die traditionele offline retailers doen. Deze online omzet wordt namelijk gewoon tot Offline gerekend. Het is dus nog zorgelijker dan de cijfers al reeds doen concluderen…

Nieuwe advertentievorm LinkedIN: sponsored updates

Ook LinkedIN zoekt -na de beursgang- naar mogelijkheden om de inkomsten te vergroten. Het gros van de inkomsten komen uit diensten voor werving-/selectie professionals. En natuurlijk bestaat er al langer een banneringprogramma (met zeer uitgekiende targetting mogelijkheden). Maar nu komt er een nieuwe methode bij: sponsored updates. Sommige heavy-users van LinkedIN gebruiken het medium niet alleen als CV-databank of -etalage, maar echt als sociaal netwerk waarmee zij de professionals uit hun netwerk volgen en op de hoogte houden middels zogenaamde status updates.

Binnenkort is het dus mogelijk om daar ook -duidelijk herkenbare- gesponsorde statusupdates in te plaatsen. Interessant voor B2B-marketeers!

Extra omzet door online bestellen, offline afhalen

Veel traditionele retailers worstelen met het internet. Zij zien het als een bedreiging: goedkopere prijzen, breder assortiment en consumenten die aan showrooming doen (offline kijken en dan online zoeken naar lagere prijzen). Toch biedt online retail veel kansen voor offline retailers. Zij hebben vaak de bekende naam tot extra traffic en vertrouwen leidt. Daar waar de prijzen op internet steeds meer op elkaar gaan lijken, is de vertrouwde offline retailer toch in het voordeel.

En omdat off line retailers hun verkooppunten als ophaal- en retourpunt kunnen inzetten. Daar zitten ook nog kansen voor extra omzet in. Uit Duits onderzoek blijkt dat 1/3 van de klanten die een bestelling in de winkel ophaalt op dat moment ook nog een extra aankoop doet. Niet zelfden zullen dat accessoires zijn met een hogere marge.

Het effect van verzendkosten en retourkosten op online winkelen

Online winkelen is een vast onderdeel geworden van de manier waarop mensen aankopen doen. In de VS doet 73% van de mensen meer dan de helft van hun aankopen (van shopping goods) online! 66% doet het zelfs liever online dan offline: omdat er betere aanbiedingen zijn en omdat er meer keuze is. Er zijn zelf producten waar mensen zich voor zouden schamen om die in de winkel te kopen, daar krijgt de markt een enorme boost door producten in de anonimiteit van internet te kunnen aanschaffen.

Hieronder een interessante infographic over het belang van positieve reviews van kanten en het bieden van gratis verzending (belangrijker dan gratis retouren). Opvallend is dat 62% van de mensen bijna nooit iets terugstuurt en dat de meerderheid van de mensen producten liever via de post terugstuurd in plaats van het terugbrengen naar de winkel (niet iedereen woont in de buurt van een winkel).

Lessen uit Obama’s e-mail marketing campagne

De fund-raising campagne van Barack Obama is een hele interessante case. Het is zonder twijfel een van de grootste e-mail marketing campagnes die er zijn. De campagne heeft 690 miljoen dollar aan donaties binnen gehaald. En vele miljarden aan e-mails verzonden. De campagne beheerders hebben daarbij vele verschillende methoden getest en de resultaten daarvan vergeleken.

Verschillende manieren om het onderwerp invulling te geven, verschillende opmaak van de e-mail zelf, etc. Wat hen daarbij opviel is dat ultra-korte en prikkelende subject-lines de hoogste openingsratio’s geven (in plaats van volzinnen met inhoudelijke statements) en dat een basic, zelfs lelijk, ontwerp van de mail het best werkt. Dus, gewoon tekst met af en toe gebruik van grote fonts en highlights in plaats van mooie mails met mooie foto’s en dergelijke. Zou het dan toch om de inhoud gaan in plaats van de verpakking?

Ideeen om jouw site beter te laten converteren

Als je een website gaat maken die moet overtuigen (converteren) heb je vaak een beeld voor ogen hoe deze er uit moet zien. Een beeld bij wat de bezoeker van een site verwacht, en hoe je daar optimaal aan kan voldoen. De onderstaande infographic is nuttig om te zien welke (onbewuste) keuzen je daarin maakt, en welke alternatieven daarvoor zijn.

Loop jouw ontwerp (of plaatje in jouw hoofd) een door aan de hand van de onderstaande chekclist van design-keuzen. Ook de lijstjes van bassale behoefte en overtuigingsmethoden die onder in de infographic staan zijn erg nuttig als een checklist.

Hoog in de App store komen? Geef jouw App een intiele boost!

Naast mond-tot-mond reclame is zoeken in de app store een belangrijke manier voor mensen om aan nieuwe apps te komen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een correlatie is met hoog in de app store staan en de hoeveelheid downloads die een app krijgt. Het probleem is echter dat het ook omgekeerd het geval is: om hoog in de app store te komen, moet je veel downloads hebben.

Er zijn apps die apps van derden onder de aandacht van nieuwe gebruikers brengen (denk aan Free App a Day en dergelijke). Deze apps zorgen voor directe installaties. Vaak hebben zij miljoenen gebruikers, waarvan velen een bepaalde app gaan downloaden. En veel downloads geeft een boost aan de positie van een app in de app store en daarmee weer veel downloads, etc. Met een 10.000 – 20.000 downloads is doorgaans een positie in de top 10 van de app store verzekerd (voor een aantal dagen).

Deze diensten vragen in de regel een bedrag van € 0,50 tot € 1,50 per download voor het boosten van de verkopen. De daadwerkelijke kosten per installatie zijn echter wat lager, omdat de hogere positie in de app store ook zorgt voor extra downloads (bij niet game apps wordt er 0,65 app organisch via de app store gedwonload voor elke betaalde/gebooste download). De onderstaande infographic geeft interessante kentallen per land en categorie.

Help ik heb een Google Penalty!

Organisch zoekverkeer  is de heilige graal van internetverkeer. Per click kost het geen geld en een nummer 1 positie in de organische resultaten van Google lijken wel een garantie voor een goedlopend internetberdrijf: de gemotiveerde klanten blijven binnenstromen, klaar om geconverteerd te worden.

Dit vormt de basis van de hele SEO-industrie. Bedrijven die zelf -of voor derden- websites (en de omgeving daarvan) zo optimaliseren dat zijn een betere positie in Google (of andere zoekmachines) verkrijgen. En daarmee ontstaat een continu kat-en-muis spel tussen Google en publishers (en hun adviseurs) om de zoekresultaten. Sommige SEOs zijn zo goed in wat zij doen dat er minder relevante (in de ogen van Google en hun gebruikers) naar boven komen in de zoekresultaten. En omdat daarmee de zoekresultaten minder bruikbaar worden (het zijn niet perse nuttige sites die dan naar boven worden geduwd) neemt Google daar actie tegen. Google noemt dit zelfs Serach Engine Spam.

Google past op basis van de technieke van SEO-bedrijven haar logaritme steeds verder aan. Als de SEOs een manier vinden om het logaritme in hun voordeel te laten werken, ontdenkt Google dat en dicht het gat door middel van zogenaamde updates (Panda, Penguin, etc). Daarmee worden de zoekresultaten weer aangepast naar dat wat Google wenselijk acht.

Wat echter ook gebeurd is dat een individuele website gestraft wordt. Als Google denk dat een website ‘illegale SE-praktijken’ doet, dan kan Google dat bestraffen met een lagere positie of zelfs door de website (tijdelijk) uit de zoekmachine te weren. Dus als je opeens niet meer vindbaar bent in Google (zeker als je niet meer op jouw eigen bedrijfsnaam te vinden bent) dan is er waarschijnlijk wat aan de hand. Andere rode vlaggen zijn: een plotselinge, sterke daling in positie of Page Rank, zoeken naar de geindexeerde pagina’s van jouw site levert geen resultaten meer op (zoek in google op “site:www.youurl.nl”).

In Google Webmaster tools kan je meestal wel zien wat de reden voor de penalty is. Dit zijn veelvoorkomende oorzaken:

  • Slechte links: betaalde links, veel linkruil, links van irrelevante site of sites die twijfelachtig zijn, een te eenzijdig linkprofiel overgeoptaliseerde ankerteksten, etc
  • Slechte content: content kopieren van andere websites, content die overduidelijk alleen maar bedoeld is om op bepaalde keywords te scoren, te veel content die van externe sites wordt gehaald
  • Overgeoptimaliseerde pagina’s: pagina’s die niet meer natuurlijk zijn, maar waar elke SEO-trucje uit de kast wordt gehaald
  • Techniek: langzame websites, interne links die doodlopen, fouten in robot.txt, een slechte mobiele website
  • Tekenen dat jouw site betaalde content plaatst (bv advertorials)

Het is erg belangrijk om een penalty-en de oorzaak daarvan- snel te herkennen. Neem zo snel mogelijk maatregelen om de oorzaak weg te nemen en neem (via webmaster tools) contact op met Google voor een herscan (soms handmatig) om de penalty weg te nemen. En vooral, neem in zo’n geval een goede, ethische SEO-specialist in de arm.

 

Koopmotivatie onderzoeken door middel van A/B-testen

Internet is zelfbediening. En het directe contact tussen merchant en consument ontbreekt het gros van de tijd. Natuurlijk zijn er verschillende manier om meer te weten te komen van wat consumenten bezig houdt en drijft (pak de telefoon en bel ze eens!), maar feit blijft dat je de consument en zijn drijfveren en motivatoren heel goed moet kennen als je hem op een goede (overtuigende) manier wil aanspreken.

A/B testen is een interessante methode daarvoor. Bij A/B testen krijgt een deel van de bezoekers van de site één versie te zien, terwijl een ander deel een andere versie te zien krijgt (dat kunnen overigens ook meer dan twee versies tegelijk zijn). Het klik-/kijk-/en koopgedrag wordt statistisch geanalyseerd en vergeleken. Wat werkt het best?

Door verschillende zaken uit te proberen en te zien wat werkt, wordt kennis verkregen over de klant. A/B testen wordt vaak voor usability-achtige onderzoeken gebruikt: waar plaats je de ‘koop-button’, welke kleur moet deze hebben?, welke USPs werken het best? etc

Hoewel dit een hele goede methode is om de usability van de website te verbeteren, en dit aanzienlijke verbeteringen in conversie kan bijdragen (zo hebben wij eens een verbetering van 25% gezien door een bestelformulier een betere lay-out te geven) blijft dit een vrij incrementeel en langzaam proces. Je kan maar 1 ding tegelijk testen, vaak zijn nogal veel conversies en bezoekers (en dus veel tijd) nodig om tot een uitspraak te kunnen komen.

En het is een optimalisatie van de website binnen de bestaande offering en overtuigingsmethode. In veel gevallen zal er meer winst te maken met een andere offering (bv een lagere prijs of een beter product) of een betere methode van overtuigen (wat is de boodschap die je verteld? op welke behoefte speel je in?). Het voorbeeld van Peter Sandeen is heel illustratief. Hij toont een aantal versies van de website voor een dieren asiel. Wat zou het best werken?

  • Focussen op de zielige puppies die gered moeten worden?
  • Focussen op keihard dierenleed van verwaarloosde dieren?
  • Focussen op hoe gezellig het is om een huisdier te hebben (met het asiel als een mogelijke bron daarvoor)?
  • Focussen op het gemak en de dienstverlening van het asiel?

Door een aantal verschillende uitvoeringen van de website te testen die elk een hele andere insteek hebben, op een andere koopintentie inspelen kan worden onderzocht welke de meest effectieve is. Een bijzonder voordeel van A/B testen is dat de factor ‘sociaal wenselijk antwoorden’ geen rol speelt. Je test echt koopgedrag ipv wat mensen zeggen dat ze zouden doen (of wat zij vinden dat zij zouden moeten doen. Of wat zij denken dat andere mensen vinden wat zij zouden moeten doen). Goedkoop en supereffectief marktonderzoek!

De aandacht gaat naar sociale media, de business komt uit search en e-mail

Alle guru’s en enthousiaste verhalen ten spijt; sociale media is een weinig betekenisvol kanaal als het gaat om harde sales.

Een onderzoek van Custora onder 72 miljoen (!) consumenten wijst uit dat de traditionele kanalen nog steeds veruit het belangrijkst zijn. Zoekmachines (betaald en onbetaald) blijven de ranglijst aanvoeren en zijn de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. Dat wil ook meteen zeggen dat non-branded steeds belangrijker worden bij het binnenhalen van conversies. Dat geeft hoop voor de kleinere eTailers.

Non-search in de vorm van affiliating en banners blijft belangrijk. Het is tekenend dat banners voor minder conversies verantwoordelijk is dan affiliating (overigens de een sluit de ander niet uit).

De grootste teleurstelling zit hem in de hoek van sociale media. Waar deze kanalen de discussie onder online marketeers bijna geheel lijken te beheersen. Is de bijdrage aan conversies marginaal. Het effect zal hem in branding moeten zitten. Maar ook daarvoor moet het onderzoek nog komen dat overtuigend aantoont.

Werkt de uitverkoop vooral online?

ABN Amro heeft uitgezocht wat het effect van de uitverkoop is op de traffic van verschillende winkelformules. Interessant daarbij is dat ze -chapeau ABN AMRO- ook de online winkels hebben meegenomen. En wat blijkt?

Tijdens de uitverkoop gaan veel winkelformules omhoog in traffic. Met een groei van 2-3% bji de nationale formules en warenhuizen valt het zelfs wat tegen hoeveel extra volk dat in de winkel trekt. Veel offline winkels, zoals internationale formules en discount winkels hebben dan zelfs een dip in traffic (omdat mensen tijdens de uitverkoop juist proberen bij premium winkels een voordeel te halen en we weten dat uitverkoop bij internationale winkels tegenvalt? Bij H&M lijkt het overigens permanent uitverkoop)

Maar heel opvallend is dat de online winkels in deze periode minder verkeer hebben. Dat wil overigens niet zeggen dat de conversie-percentages (en daarmee de verkopen) in de verschillende kanalen omlaag gaan (integendeel waarschijnlijk), maar wel dat mensen tijdens de uitverkoopperiode meer geneigd zijn om even de stad in te gaan. Er is dan immers voordeel te halen in de stad. Maar buiten het uitverkoopseizoen is gaat men in verhouding juist naar de online winkels, daar is in de regel meer aanbod (en voordeel) te halen.

 

 

Hoe gebruikers Apps zoeken, en hoe je beter gevonden wordt

Onze telefoons staan vol met Apps; hoe komen we eigenlijk aan die apps? Hoe komen we op het idee om juist díe app te downloaden in de App store. Er staan er immers honderdduizenden!

Het staafdiagram toont aan dat ‘gewoon zoeken’ in de app store (dus een zoekwoord intypen) het belangrijkst is, maar dat ‘tips van anderen’ bijna net zo belangrijk is (vooral bij iOS, waar ook relatief meer betaalde downloads zijn). Wat afgenomen lijkt sinds de lancering van de App Stores is het belang van de lijstjes als ‘Top rated’ en ‘Most Popular’. Mensen lijken meer actief op zoek op KeyWords en naar het advies van vrienden. Social Media lijkt niet erg belangrijk ik het koopgedrag. Een ander opvallen verschil is dat Android-gebruikers meer op internet (dus via de browser) naar Apps lijken te zoeken, en meer pre-installed apps hebben/gebruiken dan iOS gebruikers.

Overall valt het belang van actief zoeken in de App Store op. En dan dient onmiddellijk zich de vraag aan: hoe wordt je dan gevonden? Is er een soort SEO voor App Stores? JA, en het heet ASO –> App Store Optimization! In de App store heb je als publisher met name de titel van de app, een soort meta-tags (Keywords) tot jouw beschikking om op gevonden te worden. De beschrijving en de screenshots worden niet bij het indexeren gebruikt (maar zijn wel van belang voor de gebruiker natuurlijk). Het is dan ook opvallend dat het opnemen van de relevante Keywords in de titel leidt tot een 10% hogere ranking.

Voorts wordt door de ranking voor een groot deel bepaald door de poplulariteit van de App (en vice versa dus) gemeten door het aantal downloads, en door de mening van klanten; goede apps krijgen een hogere ranking. Het stimuleren van downloads (bv door een gratis apps met eventuele In App aankopen) en het geven van reviews (bv door de bezoeker daar na een tijdje om te vragen) is dus van elementair belang.

Krimp Facebook onder jongeren

Een opvallende trendverandering op sociale media is dat jongeren (met name in de USA) het medium steeds meer lijken om te ruilen, of aan te vullen door andere sociale media. Het aantal actieve gebruikers daalde met zo’n 5-7%, met name bij tieners. Marketeers verklaren dat doordat het voor jongeren steeds minder interessant is om hun sociale leven ‘open te gooien’ naarmate hun ouders meer op het medium zitten. Wie verteld immers graag dat hij inkopen aan het doen is voor een groot zuipfestijn omdat de ouders met vakantie zijn als zij meelezen?

Een tweede verklaring is dat Facebook blootfoto’s en andere ‘spannende content’ van haar platform weert. En laat dit iets zijn waar tieners graag mee bezig zijn. Concurrerende platforms die aan populiariteit winnen zijn bijvoorbeeld Tumblr en Vine. Daar mag bloot bijvoorbeeld wel en kijken ouders (nog) niet mee. De zet van Facebook om Instagram te kopen lijkt zo onverstandig nog niet.

Het magazine is op sterven na dood…

Het gaat slecht met de tijdschriften-branche. Waar het lezen (of zelfs lidmaatschap van) tijdschriften altijd een van de favoriete tijdbestedingen van consumenten was, zijn de oplages en abonnementen sterk aan het afnemen. In de VS zelfs met 9,5% in het afgelopen jaar. De daling is het grootst bij dames-, mode- en roddelbladen, daar is een daling van 18,5% te zien.

En dat komt voor een deel door de toename van het aanbod van content op (mobiel) internet. Het is overigens niet echt duidelijk dat de ‘offline magazine consumptie’ afneemt door kannibalisatie door allerlei eMagazines.

Wat het vooral lijkt te verklaren is dat consumenten steeds vaker wachttijd invullen met even snel checken van email, nieuws of het weer op de mobiele telefoon, ook als wij in de rij staan bij de kassa van de supermarkt of het tankstation. En daarmee staan we niet meer open voor allerlei prikkels en impulsaankopen. Marketeers verwijzen er naar als ‘mobiele oogkleppen’. Zou dit ook ten koste gaan van andere impulaartikelen (denk aan bv snoep?)

Social proof als conversie-booster, hoe pak je het aan?

eCommerce is zelfbediening. En dat is soms lastig, want hoe overtuig je iemand die je niet kan zien? Hoe haal je de pre-aankoop twijfels bij een potentiële klant weg? Een van de krachtige methoden is ‘social proof’. Het werkt vooral goed als potentiele klanten wel geinteresseerd zijn, maar het product of de aanbieder niet zo goed kennen en daarom twijfelen: zou het echt wel wat zijn? Is het niet ‘to good to be true’? Het grootste probleem is dat mensen hierdoor de aankoop uitstellen (niet nu) waardoor het vaak niet meer tot een aankoop komt; immers de klant kent het product of aanbieder niet zo goed, dus denkt er later niet meer aan om terug te komen.

Social proof kan daar goed bij werken. Het haalt de twijfels weg door duidelijk te maken dat het product door velen is gekocht (er zijn al veel schapen over de dam), of dat mensen het product/dienst zelfs heel positief waarderen. Er zijn verschillende methoden om Social Proof in te zetten. Volg de link voor een interessant mini-college van Rand Fishin van SEOmoz.

200 SEO-factoren: de ultieme checklist

Een SEO boek in de vorm van een infographic, kan dat?
De onderstaande graphic bewijst dat het kan. Een overzicht van maar liefst 200 factoren die de SEO-positie  beinvloeden. Allemaal factoren die door Google zelf toegegeven, of door de SEO community bewezen, impact hebben op Google Rankings. En het bewijst welke enorme inspanningen Google moet leveren om allerlei Spammy SEO-praktijken voor te blijven. Het is een technologisch wonder dat de zoekmachine zo snel en compleet blijft functioneren.

Een interessant document om eens door te lopen en om inspiratie uit te halen voor do’s en don’ts op het gebied van SEO. Vooral op het vlak van don’ts is dit erg interessant. Welke factoren gebruikt Google om Black Hat SEO (ongeoorloofde praktijken) de toetsen. Dat zijn praktijken die uw positie in SEO juist kunnen schaden.

Dus loop eens door de lijst om te kijken of er technieken zijn die u (of uw SEO bureau) gebruikt die u aan risico blootstellen, of om technieken te identificeren die White Hat (geoorloofd) zijn en die u onvoldoende gebruikt. En wat natuurlijk blijft: interessante, regelmatig ververste content en inkomende links van prominente sites blijven de kern van uw positie in Google. SEO is elke dag werken aan content die interessant is voor bezoekers. Dat is in het voordeel van de bezoeker. Van Google. En van uzelf.

 

Shoppen met tablet of mobiel breekt door!

De verkoop van mobiele devices (tablets en smart phones) heeft inmiddels de verkoop van PCs en laptops ingehaald. Velen zullen met ons ervaren dat we ook veel meer (vrije) tijd doorbrengen op ons telefoontje of lekker op de bank met de iPad. Dat blijkt ook uit recente cijfers van de mobile shopping monitor van Thuiswinkel.org. Inmiddels koopt ruim 10% van de Nederlanders iets met mobiele apparaten. En dan betreft het niet alleen maar apps of andere informatieproducten voor consumptie op het device. Nee, het gaat om aankopen die voorheen/traditioneel via de PC/laptop werden gedaan.

 

En anders dan in eCommercekringen werd gedacht gaat het niet alleen om aankopen via de tablets (inmiddels een volwaardige gebruikservaring in vergelijking tot bijvoorbeeld een laptop. De verdeling tablet-smart phone is ongeveer 50-50! De smartphone wordt dus ook gebruikt voor het doen van aankopen! (er is natuurlijk ook een grotere installed base dan van tablets).

 

 

De aankopen betreffen ook niet alleen eenvoudige producten (een app of een bezorgmaaltijd) maar ook producten waarbij het visuele aspect belangrijk is. De grootste categorie blijkt kleding en schoenen. De traditionele argumenten voor marketeers om anders tegen het mobiele kanaal aan te kijken (‘mensen willen het toch beter kunnen zien op de computer en orienteren mobiel alleen maar’, of ‘online betalen blijft lastig met de priegelformulieren’) blijken steeds minder op te gaan. De Smart Phone wordt beter (groter scherm, hogere resolutie) en de consument past zich zijn verwachtingen aan de (handige) mogelijkheden aan.

In dit kader is het ook bijzonder interessant om te zien dat mensen vooral vanuit huis de mobiele devices gebruiken voor online aankopen. Dus met de iPhone op de bank surfen én bestellen! En dus niet even naar de PC lopen, maar juist lekker onderuit op de bank fun-shoppen (new style). Dus zo groot is het nadeel niet dat consumenten ervaren bij het online shoppen met de telefoon of tablet. Het nadeel is in ieder geval niet groot genoeg om er de PC of laptop voor op te starten. Het blijven echter wel de meest genoemde nadelen…

 

Online retail blijft groeien

Het gaat slecht met winkel straat, maar (daarom) goed met online retail. Met een verschralend offline aanbod en verslechterende service van steeds verder op kosten beknibbelende winkels wordt de consument (zeker de consument in middelgrote en kleine gemeenten) het online kanaal in gejaagd. Getuige de blijvende groei van online retail. Niet alleen groeit de markt naar een krappe 10 miljard. Ook het gemiddelde aantal bestellingen per jaar blijft groeien naar 8,3 per jaar. De groei van het aantal online shoppers lijkt echter minder hard te groeien. De gemiddelde bestelomvang neemt echter weer wat af. Dat hangt waarschijnlijk ook samen met de daling in bestel- en verzendkosten die de meeste shops aan hun klanten rekenen, die dalen, en daarmee worden ook kleinere bestellingen rendabel voor consumenten.

 

Opvallend is dat de groei van online producten (bv muziek, films, apps, software) sneller doorgroeit dan fysieke producten. Muziek is bijvoorbeeld een van de grootste stijgers, evenals speelgoed. Ook de categorien die normaal als ‘moeilijk’ werden gezien voor online (bv kleding) maken een snelle groei door!

3 miljard dollar omzet…op een dag!

3 Miljard dollar omzet. Is dat de omvang van de totale internet retail in Nederland? De omzet van Bol.com per jaar (they wish…). Het aantal zoekopdrachten in NL per maand?

Nee, het is de omzet van de winkels die onderdeel maken van het Chinese Alibaba….IN ÉÉN DAG!

U leest het goed in november 2012 tijdens de dag van de vrijgezel (big in China) was dit de omzet van de gehele groep. Het zal naar schatting 20% van hun totale jaar-omzet zijn: in één dag. Het zijn cijfers om het werkelijk koud van te krijgen. Of juist heel warm (als je internet marketeer bent).

Internet retail: waar zitten de kansen?

Ondanks wat veel gedacht wordt zijn er nog vollop kansen in internet retail. Vooral de steeds maar toenemende vraag van consumenten, en de verschuiving van aankopen van offline naar online zorgen ervoor dat er nog voldoende groei is om deze sectoren interessant te maken voor nieuwe toetreders. Boven een aantal van de interessante categorien.

Ondanks de grote concurrentie en dominante spelers is er in de op het gebied van kleding nog veel te doen. Vooral omdat consumenten zich steeds meer vertrouwd voelen bij het online shoppen en steeds minder terughoudendheid voelen met het terugsturen van items die niet goed passen. En het is natuurlijk een enorme markt. Sport en gerelateerde producten bieden ook veel kansen, traditinele offline retail biedt vaak een zeer algemeen assortiment dat meer gericht lijkt op het bedienen van beginnende sporters of op het eenvoudigweg bieden van mode-artikelen. De fanatieke karateka of squasher slaagt niet bij de grote sport-ketens en moet zijn heil wel zoeken op internet. Ook opvallend is het segment kantoorartikelen. Na een eerste kennismaking lijken klanten er toch wel van overtuigd dat dit soort low interest artikelen niet de moeite waard zijn om de stad in te rijden. Laat ze lekker bezorgen

 

Conversie: elke seconde telt!

Trage websites zijn vervelend voor bezoekers, dát weten we allemaal. We ervaren het allemaal zelf wel eens. Toch is het elke keer weer verrassend om te zien hoe groot dit effect eigenlijk is. Bovenstaand de resultaten van een onderzoek naar het effect van op resultaat van een tragere website. Voor elke seconde vertraging gaat de convesie maar liefst 7% (relatief) omlaag. 4 seconden vertraging staat dus voor ruim 1/3 minder conversie. Met andere woorden, maak de page load time 4 seconden sneller en je hebt 50% meer conversie. Zeker voor sites die op ‘van nature’ trage platforms draaien zoals Magento is dit een investering die zeer lonend kan zijn: snellere service, page caching, slechte en nutteloze software-extensies eruit, etc. De onderstaande grafiek geeft meer in detail inzicht in de relatie tussen snelheid en conversie. Elke staaf geeft de laadtijd aan, de hoogte van de staaf de absolute conversie.

KPIs en sociale media

75% van de marketeers (bron: Beerenschot) geven aan dat sociale media de nr1 trend is voor 2012: dat is de case die zij dit jaar moeten kraken: wat doen we er mee?

En zoals bij veel management en marketingonderwerpen zijn de KPIs die gebruikt worden vaak leidend voor het te voeren beleid. Wat ons brengt tot de vraag: welke KPIs worden belangrijk geacht?

Het bovenstaande illustreert wat marketeers belangrijk vinden als zij sociale media evalueren. Als je kijkt naar de belangrijkste 5 KPIs dan is er een duidelijke tweedeling te zien; keihard resultaat (bezoekers of conversies) vs betrokkenheid-engagement op sociale media (het aantal fans/volgers, actieve gebruikers of het aantal keer dat een bedrijf genoemd wordt in de sociale media). Het bedrijf dat beide soorten indicators volgt -en er zinnig beleid voor uitrolt- heeft het naar onze smaak goed begrepen.

Black Friday 2012: een sprong in online sales!

Hoewel Black Friday weinig extra superlatieven nodig heeft, stond het spectacel dit jaar in het teken van het gigantische aandeel van het aandeel online aankopen dat is gedaan. Online (PC, tablet en mobiel) groeide veel sneller dan off line sales. Maar liefst met 20,7%, en dat zijn in tijden van economische crisis meer dan spectaculaire groeicijfers.

De iPad was in zijn eentje goed voor 10% van de aankopen en de iPhone kwam met 8,7% op de tweede plaats. Alle Android apparaten tezamen (Tablet en smart phone) bleven steken op een teleurstellende 5,5%

En hoewel niet alle consumenten de aankoop online of mobiel doen, de meerderheid gebruikt zijn mobiel (58%) of tablet (41%) wel om te onderzoeken waar de beste aanbiedingen zijn. En daarmee is de meerderheid van de shopping online geworden. Who would have thought…

O ja, sociale netwerken waren goed voor 0,35% van de aankopen. Een grote teleurstelling, vooral dat dit een daling betekent van 35% ten opzichte van vorig jaar.

Effect van snelheid op uitstap-percentage video

Dat snelheid (of liever: traagheid) van websites een groot effect heeft op het surfgedrag van website bezoekers is uiteraard bekend. Ook is het effect van snelheid op conversiepercentage goed onderzocht.

Recent onderzoekt toont niet alleen aan dat dit ook geldt voor video, maar dat het daar zelfs nog sterker voor geldt dan voor de snelheid van vertonen van reguliere pagina’s. Een vertraging van 4 seconden kan al voor een uitstappercentage (mensen die de video niet meer bekijken) van 20% leiden. Bij een vertraging van 15 seconden stapt al de helft uit. Ook is het opvallend dat mensen die ‘klaar gaan zitten’ voor een lange video meer geduld te vinden is dan bij mensen die voor een kort filmpje gaan zitten. Misschien dat mensen pas op een lange video klikken als ze zeker weten dat ze hem willen zien, en dus meer tolerantie voor traag opstarten hebben? En dat een kort filmpje zo is aangeklikt, maar ook zo is uit-getuned als het te lang duurt? In ieder geval een pleidooi om voor een goede streaming dienst te kiezen. Youtube of Vimeo zijn vaak uitstekende -en zeer toegankelijke keuzen.

De onderstaande grafiek illustreert dat mensen ongeduldiger worden naarmate zij een snellere internetverbinding hebben. Daar waar een mobiele gebruiker accepteert dat het ‘even duurt’ is iemand die op broadband surft onmiddellijk ‘klaar met een filmpje’ dat niet direct start.

Het effect van een keurmerk op conversie

Een interessant experiment van herensokken.nl. Zij hebben een periode een split-test (AB-test gedaan op hun site). De ene groep bezoekers kreeg een site zonder keurmerk van een webwinkel organisatie te zien, de andere groep kreeg het keurmerk van Thuiswinkelwaarborg.org te zien. Het onderzoek beliep totaal 300 conversies, minimaal 71 per onderzochte groep. Totaal kwam er uit de groep die het keurmerk te zien kreeg 16% meer omzet. Het positieve effect was -uiteraard- groter om nieuwe klanten. Die gingen maar liefst 23,5% meer aankopen doen. Bestaande klanten (die dus persoonlijk ervaring hadden gehad met Thuiswinkelwaarborg) deden 8,5% meer aankopen. Een interessante illustratie van het belang van vertrouwen om tot aankoop over te gaan.

Conversie tablets versus smart phones

Een opvallende gelijkenis in prijsvergelijkingsgedrag tussen smart phones en tablets: onderweg of op een ander tussendoor-moment onderzoek doen naar een relevante aankoop, de beste prijs zoeken, etc? Maar als het tijd is om de aankoop daadwerkelijk te doen legt iedereen de smart phone met de mini-toetsen en traag internet even opzij. Bijna 3x zo veel mensen doen aankopen met de tablet ipv de smart phone. Dat uit zich ook in het conversiepercentage. De conversie van de tablet ligt inmiddels akelig dichtbij de PC, het is voor gebruikers een volwaardig apparaat geworden.

Optimale timing van direct e-mail

Een interessant onderzoek naar de optimale timing van direct e-mail. Vooral de ‘direct e-mail-klok’ is heel illustratief. Het beste moment voor mailtjes naar consumenten blijkt de vroege ochtend te zijn. Mensen die thuis -of op het werk- voor de dag echt te starten nog even de mailbox doorlopen zijn het meest waarschijnlijk om een mail te lezen, te openen en er op te handelen (dus ook om het als spam aan te geven).

Een ander moment ‘dat goed voelt’ is tijdens de lunch. De praktijk wijst echter uit dat dat niet een optimaal moment is, mensen blijken dan met name het nieuws te bekijken. Zich in ieder geval met andere dingen bezighouden dan e-mail. Einde-werkdag is er meer aandacht voor persoonlijke zaken, en dan vooral voor zaken als financiën en onroerend goed (ff huisjes kijken op Funda). In de avond -vooral de late avond- zijn vooral impuls-aankopen en acties interessant: een goede tijd voor consumenten acties en voordeel.

Ook is het interessant te kijken naar de optimale verzend-frequentie: die blijkt op 1 tot 4 berichten per maand te liggen. De meeste uitschrijvingen vinden plaats in de eerste tien dagen na inschrijven (ja maar DIT wil ik niet!). Aan de andere kant, het zijn ook de eerste tien dagen waarin het het meest waarschijnlijk is dat een gebruiker clickt op een link in een e-mail. Na een tijdje ontstaat bijkbaar ook een moeheid/blindheid voor de ontvangen e-mails.

Source
 

De grote vlucht van mobiel zoeken en shoppen

De gisteren vroegtijdig uitgelekte kwartaalcijfers van Google waren schokkend; een daling van de opbrengst van betaalde advertenties bij de zoekresultaten zijn eerder gekomen dan gedacht. Natuurlijk zal de crisis -en de krimpende advertentiebudgetten een duit in het zakje doen (no pun intended) – maar de grote groei van mobiel internetverkeer is daar grotendeels debet aan.

Nu komen al 3 van de 5 zoekopdrachten van mobiele apparaten af. En de doorclickratio’s op advertenties vanaf mobiel (tablets en smartphones) zijn aanzienlijk lager dan vanaf desktops. Dat probleem treft niet alleen Facebook, maar dus ook Google. Maar deze groei biedt ook kansen. Zo gebruikt 86% van de mobiele internetgebruikers zijn apparaat wel eens tijdens het TV kijken (zo interessant is de TV nu ook weer niet) en gebruikt 2/3 wel eens een mobiele device om te winkelen (vooral de tablet). En meer dan 52% gebruikt zijn smart phone wel eens als hij in een winkel is om hem/haar te ondersteunen bij het maken van een aankoopbeslissing: even snel de specs opzoeken, is hij elders goedkoper, wat vinden gebruikers er van?

Aanbiedingen op internet: hoe bereiken ze de klant?

Een kleine, maar interessante statistiek: hoe komen internetshoppers aan informatie over interessante acties bij webretailers? Het belangrijskte medium blijft -heel 2002- e-mail marketing. Gewoon op de hoogte blijven van aanbiedingen door je in te schrijven op de e-mail nieuwsbrief. Waarmee dus ook met name bestaande klanten bereikt worden.

Op een respectabele 2e plek staat de website van de e-tailer zelf. Maar zouden er bezoekers zijn die ‘een rondje websites’ doen om te kijken of er ergens nog een interessante aanbieding is? Waarschijnlijker is het dat dit middel geen extra traffic trekt, maar het wellicht makkelijker maakt om bestaande traffic te converteren.

Boeiend is het ook te zien welke kanalen NIET belangrijk zijn. Mond-tot-mond lijkt veel minder belangrijk dan IRL (in real life), datzelfde geldt voor social medial. Bijna neimand die op zo’n wijze op het spoor van aanbiedingen wordt gezet. Ook traditionele media (off line media) blijken weinig krachtig (dat is ook onze ervaring)

Uitdaging: geld verdienen aan mobiel internetverkeer

Niet alleen Facebook worstelt ermee; het algemene beeld in mobile internet is dat het moeilijk is om aan mobiel verkeer geld te verdienen. Het kleine scherm, het gehaaste ‘tussendoor gebruik’, de beperkte betaalmogelijkheden en uitstelgedrag (‘ik plaats de bestelling wel als ik rustig thuis zit’) zorgen ervoor dat men zich op de mobiele telefoon en de tablet -onderweg- minder laat verleiden tot koopgedrag dan thuis (of op het werk) achter de PC of laptop.

En dat uit zich in veel lagere opbrengsten voor online reclame. Waar 1.000 impressies bezien vanuit de PC $ 3,50 waard zijn, is dat op de mobiele telefoon bijna 5X minder waard.

En dat geldt niet alleen voor de waarde van reclame. Ook aanbieders van online spelletjes Zynga en de Chinese instant messaging service Tencent merken dat het veel moeilijker is om aan het gebruik van de mobiele telefoon geld te verdienen dan aan de desktop-variant. Misschien door een jonger gebruikersprofiel met beperkte financiële mogelijkheden? Door de beperkte mogelijkheden? Of door een overheersend gevoel dat mobiele services gratis horen te zijn?

Apps lijken het beste verdienmodel voor mobile

Daar waar bij de ontwikkeling van het traditionele internet het advertentie-model het belangrijkste verdienmodel was (zeker van 1998 – 2005) is dat bij online internet heel anders. Natuurlijk: de tijden van de vette inkomsten banners liggen achter ons. Maar er is ook iets anders aan de hand. Waar voorheen software (games, Microsoft Office, etc) óf voor hoge bedragen werd verkocht óf massaal illegaal werd gekopieerd is er nu een nieuw businessmodel voor software ontstaan: apps. Voor -traditioneel gesproken- zeer lage bedragen wordt nu software verkocht; geen grote programma’s waar de consument lang over nadacht en lang van gebruik maakte, maar kleine programaatjes die de consument in een opwelling gebruikt  en soms maar enkele uren of dagen gebruikt. En het model werkt. Kijk ook eens naar de onderstaande grafiek die de inkomsten in Apple iTunes tussen apps en muziek vergelijkt:

En hoe succesvol het apps model ook is, de inkomsten op mobiel blijven vooralsnog achter op het gebruik ervan. Waar men 10% van de tijd besteedt aan mobiele media-consumptie, gaat maar 1% van het budget erheen. Ook bij internet lopen de bestedingen nog achter op het media-gebruik, maar is het gat behoorlijk gedicht. Er liggen in ieder geval hele grote kansen op het gebied van het ten gelde make van mobiel verkeer. En de ondernemer in traditionele print mogen zich zorgen gaan maken. Zij ontvangen 25% van alle media-gelden, maar verzorgen maar 7% van de media-consumptie. Vroeger of later gaan marketeers deze discrepantie opmerken en zullen er harde klappen vallen.

Mobiel internet groeit hard, vooral in BRIC-landen

Na een voorzichtige start in de jaren 2008-2011 is het mobiele internet nu eindelijk toe aan zijn doorbraak. Van 2008 naar 2011 groeide het aandeel van mobiel internetverkeer voorzichtig naar 4%. In de 18 maanden daarna versnelde de groei echter naar uiteindelijk 10%. En de algemene verwachting is dat dit snel kan groeien naar 20%. En nog sneller zou kunnen groeien als de infra-structuur niet zo duur was. Voor veel gebruikers geldt dat zij zeer gelimiteerde abonnementen hebben (1 GB per maand is ruim, terwijl we thuis dat soort hoeveelheden bandbreedte in een dag verbruiken).

In landen in ontwikkeling (bv de BRIC-landen) is het beeld heel anders. Daar kwam de sociaal-economische ontwikkeling pas rond 2005 goed op gang en liepen de investeringen in ‘gewoon internet’ achter op wat wij in het Westen gewoon zijn. Daar zie je dat de investeringen in mobiel internet relatief veel sneller gaan dan hier. En dat -bijvoorbeeld in India- het aandeel van het mobiele intenernetverkeer al GROTER is dan internet via de landlijn.

De ideale Facebook post is een…een plaatje vroeg op de zaterdagavond met een ultra-kort simpel geschreven, optimistisch tekstje!

Veel merken zien in Facebook een ideaal instrument om veel consumenten te bereiken. Natuurlijk kan je daarbij de eigen Vrienden (Fans) bereiken, maar ideaal is het natuurlijk als zij deze berichten veelvuldig Liken & Sharen. Dat leidt er immers toe dat de vrienden-van-vrienden het gaan zien, en zo voorts. En de vraag die dan opdoemt is: welke posts worden het meest waarschijnlijk geliked of gehared?

De optimale post is een plaatje vroeg op de zaterdagavond met een ultra-kort simpel geschreven, optimistisch tekstje!

Een aantal eigenschappen van de optimale posts aan de hand van een aantal grafieken in deze post. Les 1: hoe optimischer en positiever de post, hoe groter de kans op sharing & liking.

Korte berichten worden komen (veel) meer in aanmerking dan langere, maar naarmate de post langer (inhoudelijker) is, wordt de kans weer groter. Dus: of een ultra-korte post, of een lange die echt wat zegt.

Gebruik geen moeilijke woorden en zinnen. Hoe eenvoudiger de tekst/zinnen, hoe groter de kans op sharing & liking.

Bij voorkeur een plaatje en een kort tekstje is second-best. Video’s en links zijn voor velen te veel moeite om te bekijken. Veel Facebook bezoek komt van mobiele devices waar het bezoeken of bekijken van video’s of websites niet zo lekker loopt en ten koste gaat van de schaarse bandbreedte die gebruikers tot hun beschikking hebben.

En, post in het weekend en bij voorkeur in de avond!

 

De iPad gaat nog harder dan de iPhone

Maar liefst 1 op de 3 Amerikanen bezit een tablet of een eReader, de ontwikkeling is ongelooflijk snel…precies 2 jaar na de lancering van de iPad (27 januari 2010) heeft de productgroep (een duur product!) een marktpenetratei van 1/3.

De bovenstaande grafiek illustreert dat ook nog eens. De drie grote productinnovaties van Apple van de afgelopen jaren worden naast elkaar gezet, waarbij het kwartaal van introductie wordt vergeleken. de iPod was een gigantisch succes en de iPhone deed dat verbleken, maar wat de tablet doet is werkelijk ongelooflijk.

De ontwikkeling die de iPad en de producten van Apple doormaken is ongelooflijk en onnavolgbaar. Is dat eigenlijk wel zo? Kijk eens naar de bovenstaande grafiek waarin de aantallen iOS (Apple) apparaten met die van Android (diverse merken) worden vergeleken. Deze ontwikkeling geschiedt wat minder in-the-picture (minder sexy apparaten en eco-systeem, veel aan de onderkant van de markt en in landen in ontwikkeling) maar gaat nóg harder.

Vernieuwde App Store in iOS6

Met de update van iOS 5 naar iOS 6 is er ook een kleine make-over van de app store geintroduceerd. Over het algemeen werkt de app store sneller en is het grafisch aantrekkelijker en intuitiever geworden. De bovenstaande video geeft een interessante rondleiding die vanuit het perspectief van een ontwikkelaar of publisher interessant is.

Wat het meest opvalt is dat de screenshots van de app een prominenter plek hebben gekregen (wie las de tekst over een app ook voor het bekijken van de screenshots, niemand toch?) en bestaat nu ook de mogelijkheid om de screenshots te clicken en een zoom ervan te zien.

Een tweede interessante feature is dat men de app niet alleen van een rating of een review kan voorzien in de app store, maar dat de app ook geliked kan worden in Facebook en dat deze informatie in de app store te zien is. De drempel is voor gebruikers kleiner en het wordt zichtbaarder. Twee vliegen in een klap!

Een derde belangrijke vernieuwing is het ‘update log’ in de app is de versiehistorie te zien, inclusief de toelichting op de reviews. Een lange lijst met updates met ‘minor bug fixes’ is daar dus niet zo’n beste reclame. Een lijst met updates met steeds nieuwe en aantrekkelijke featerus daarentegen wel! En de gebruiker kan meteen zien of het hier een ‘dode app’ betreft die geen onderhoud heeft, of juist een app die enthousiast wordt ontwikkeld en onderhouden.

Online adverteren in NL nog steeds in de lift


Het Ad Spent onderzoek van het IAB over de eerste helft van 2012 is uit. Online adverteren blijft groeien, de groei vlakt wel wat af naar 14,3% (niet slecht in een tijd van crisis waarin alle andere media het zwaar te verduren hebben).

De grootste groei zit in search (bv Google Adwords) en display advertising blijft daarbij achter. Dat is ergens ook niet zo gek omdat het grootste deel van de bestedingen aan display worden uitgegeven aan de traditionele banner vormen. Nieuwe vormen, zoals take-overs, video-banners etc blijven maar weinig aandacht van de adverteerders krijgen.

Ook opvallend is dat adverteren in apps en op mobile devices stevig groeit. Het totaal aandeel in de mix blijft minimaal, maar de bestedingen groeien sneller dan elders. Bekijk de video of download het gehele rapport bij het IAB.

Facebook gaat geld verdienen met Gifts! (het werd tijd)

Eindelijk lijkt Facebook een antwoord gevonden te hebben om aan al dat gebruik van het sociaal netwerk te gaan verdienen! Met advertenties viel de ARPU (Average Revenue Per User) erg tegen.

Vooral het verdienen aan het mobiele verkeer (dat door de opkomst van de smart phone en mobiel internet heel sterk in opkomst is, vooral voor sociale netwerk) zette het sociaal netwerk voor de nodige hoofdbrekens.

Dat werd ook duidelijk na de beursgang in mei 2012, de koers halveerde in korte tijd.

Advertenties (zowel op de desktop als de mobiele versie) hadden bij Facebook hopeloos lage Click Through Rates, vele malen lager dan bij het zoekgeorienteerde Google (met advertenties die passen bij een initiatief genomen door de klant) en leverden minimale CPM-bedragen op.

Maar met Facebook Gifts lijkt er een effetieve methode gevonden te zijn die zelfs beter past bij de aard van het netwerk en het gebruik ervan dan advertenties. De mogelijkheid om cadeaus en virtuele cadeau-bonnen (ook voor kleine bedragen) te geven aan jouw vrienden. Denk bijvoorbeeld aan een kopje koffie bij Starbucks voor iemands verjaardag. Of een knuffel aan de papa-mama van een ziek kind. En straks misschien wel een leuke app voor op de telefoon of iPad? Of bedrijven die -zeer gericht- leuke cadeaus en monsters aan klanten kunnen geven?

Mogelijkheden te over om gebruikers te stimuleren om elkaar frequent een (mini-)cadeautje te geven. En naturlijk met een marge of aanbreng-fee voor Facebook. Wedden dat de ARPU binnen de kortste keren die van Google voorbij streeft? (zie grafiek). Het is ook verbluffend dat Facebook op dit moment minder zou verdienen dan veel andere netwerken die noch het formaat noch het engagement/hang time hebben van Facebook.

Fijn dat er ergens nog creatieve business developers zitten die niet vanuit de markt, maar vanuit de behoeften van de klant denken.

Kans van 1 op 4 dat wij uw PINcode weten…

De meeste hacks komen niet tot stand door allerlei ingewikkelde technische foefjes maar door middel van ‘social hacking’; mensen schrijven hun wachtwoord op een briefje die lekker handig bij het toetsenbord ligt, veranderen nooit het basiswachtwoord (admin-admin of 0000 op een mobiele telefoon) of geven het eenvoudigweg af als het gevraagd wordt.

Ook bij de keuze van het wachtwoord is van alles mis. Het is natuurlijk handig om iets te kiezen dat je niet snel vergeet en dat zich gemakkelijk laat intypen, maar daar gaan velen net een stapje te ver in.

De tabel illustreert dit; mensen die zelf hun pincode mochten kiezen (de ruwe data is afkomstig van gelekte pincodes op internet) kiezen erg vaak de meest eenvoudige combinaties. Meer dan 10% van de Pincodes zijn 1234.

De 20 meest gebruikte wactwoorden (2% van alle mogelijkheden) worden door meer dan 25% van de mensen gekozen!

Ook populair als wachtwoord, een bepaald jaar: het eigen geboortejaar of dat van de kinderen, het huwelijksjaar, etc. De onderstaande grafiek laat zien hoe populair deze zijn. Alle combinaties die bestaan uit 19XX staan in de top 5 van veelgebruike wachtwoorden!

Nog meer opmerkelijke zaken en tips over hoe het wel goed te doen, lees meer.

Hoe wordt geld verdiend met gratis apps?

Get Adobe Flash Player
Als het niet mogelijk is Flash te installeren kunt u de video bekijken via deze link.
Een hele leuke mini-docu van De Rekenkamer over de verdienmodellen achter gratis apps.Van de 400.000 (!) apps die elke dag in Nederland worden gedownload zijn er maar 20.000 (5%) betaald. De smart phone wordt sowieso steeds eer voor apps gebruikt. Maar 25% van het gebruik van de smart phone gaat op aan bellen of SMS. De apps markt was vorig jaar 15 miljard dollar en groeit met 100% per jaar.

Hoe kunnen deze gratis apps overleven? Wat maakt het voor deze uitgevers dan toch aantrekkelijk om deze toch uit te brengen. Hebben we niet geleerd om gratis lunches te wantrouwen? Een bijzonder interessante video waaruit de volgende 5 verdienmodellen blijken:

  1. Geld verdienen aan advertenties.
  2. Gratis apps die verdienen aan in-app aankopen van premium content.
  3. Apps die data verzamelen over de gebruiker en geld verdienen aan het verkopen van deze informatie.
  4. Affiliate marketing; deze apps verdienen aan het doorverwijzen naar sites/producten van derden.

Online is de nagel aan de doodskist van de kranten-business

Soms weet je iets al, maar moet je er even een plaatje van zien om het echt tot je te laten inwerken. Het bovenstaande plaatje toont de omzet van de kranten-industrie in de Verenigde Staten. Maar hij hij is voor Nederland niet zo veel anders, hooguit iets minder mega-dramatisch.

Een industrie die vanaf 1950 een geleidelijke groei laat zien en die in 2000 knakt, om geen ommekeer meer te zien. Interessant is dat er een kleine revival is tussen 2002-2004 als men de online omzet bij de omzet van de papieren krant optelt. In die jaren was de opbrengst van banners en dergelijke nog redelijk (een CPM van 10-30 euro was toen nog haalbaar) maar die is in de tussentijd ook gedecimeerd (erger want het is meer dan 10x minder waard geworden).

Op dit moment is de kranten-industrie kleiner dan hij in 1950 was. En het einde is niet in zicht…

Een illustratie van hoe disruptive technology een bedrijfstak op zijn kop zet. Natuurlijk is de vraag of dit een wenselijke ontwikkeling heel valide. Wie zorgt er vanaf nu voor nieuwsgaring en -duiding?

Social shopping traffic: Facebook, Twitter en Pinterest vergeleken

Social shopping is hot op dit moment. Hoewel voor de meeste shops het aantal bezoekers dat (zichtbaar) binnenkomt vanuit Facebook of Twitter doorgaans onder de 1% zit, is het een interessant fenomeen. Omdat er veel aandacht voor bestaat van marketeers, maar ook omdat het word-of-mouth traffic is, en dat via social media ook nog eens meetbaar(der) wordt.

De social media die in dit onderzoek werden meegenomen waren: Facebook, Twitter en het relatief nieuwe Pinterest. Pinterest is een persoonlijk prikbord. Het meest onderscheidende aan dit sociale medium is dat  100% visueel is. De gebruiker presenteert verzamelingen plaatjes (auto’s die ik mooi vind, handtassen die ik wil hebben, etc). In de VS is Pinterest erg populair onder de internet avant garde (gebruikers en industry experts).

Dat Facebook het grootst is, is niet opvallend, het is het grootste sociale medium. En hoewel Twitter qua aantallen gebruikers maar een factor 6 kleiner is, is het verkeer vanuit dit medium velen malen kleiner. Pinterest -veel kleiner dan Twitter in gebruikers- is daarintegen veel groter dan Twitter. Size matters, maar ook hoe visueel het medium is. Een plaatje stuurt meer traffic dan 140 tekens….

Dat zelfde beeld komt ook uit het aantal pagina’s dat door gebruikers wordt bezocht naar aanleiding van de referral: 7 pagina’s per bezoek vanuit Facebook en minder dan 3 vanuit Twitter. Pinterest zit hier ook weer tussen. Een belangrijk verschil tussen Facebook en Pinterest is dat men bij Facebook doorgaans alleen maar berichten van vrienden/kennissen ziet, en bij Pinterest ook van/juist van vreemden. De referral blijkt minder krachtig en tot minder motivatie te leiden.

 

Dit wordt tevens bevestigd door het conversiepercentage. Bij Facebook leidt een referentie veel vaker tot een aankoop (2,6% vd gevallen) dan bij Pinterest (je kent de verwijzende partij vaak niet). Twitter zit daar tussen, niet alleen qua conversie, maar ook qua de hechtheid van de band tussen afzenders en ontvangers. Volgers zijn geen vrienden, maar ook geen totale onbekenden. En dat maakt uit voor de motivatie die van een referentie uitgaat.

 

Maar bij de gemiddelde orderwaarde wordt het pas echt interessant…daar steekt Pinterest er met kop en schouders bovenuit. Hoewel het onderzoek niet naar de diepere motieven en aanleiding heeft gespeurd is het niet onwaarschijnlijk dat dit verklaart kan worden doordat Pinterest vaak een verzameling is van mooie, dure, gave producten. Wie maakt er immers een collage van mooie horloges van 10 euro? Nee, dat worden rolexen! Het lijkt erop dat Pinterest een uitstekend medium is om luxe producten en andere producten met snob of aspirational value.

Kijkend naar de waarde per bezoeker blijft Facebook het meest krachtig. En natuurlijk spant Facebook ook de kroon voor het volume aan referrals dat het opleveren kan (meer gebruikers). Twitter springt er opvallend matig uit. In volume, in koopwaarschijnlijkheid en gemiddelde opbrengst. Waarom zou dit medium dan toch meer reclameopbrengsten dan Facebook hebben?

 

 

Niet alle winkelwagens komen aan bij de kassa!

In de echte supermarkt misschien een uitzondering, maar online eerder regel. Iemand die een winkelwagen vollaadt om hiermee nooit bij de kassa te arriveren. Een op de twee á drie winkelwagens die op webshops worden gevuld leiden nooit tot een ‘naar afrekenen’ (check-out) actie. Hoe komt dat? Waarom doet een consument uitgebreid de moeite om producten in een winkelwagen te gooien, zonder deze af te rekenen?

Een shopping cart op een website is natuurlijk een heel handig ding. Als je wil weten wat je ongeveer kwijt zou zijn voor een voorgenomen bestelling hoef je niet alles uit het hoofd te rekenen of op een kladblaadje te schrijven; gooi het in de winkelwagen en je ziet het vanzelf. Daar kan, en hoef, je als webwinkelier niets aan te doen. Maar er zijn ook wat redenen die je als webwinkelier wél kan aanpakken, en die een positieve uitwerking op ROI hebben. Zo maken 44% van de consumenten nooit de beweging naar het afrekenen omdat de verzendkosten hen tegenvallen of omdat ze denken dat de prijzen hoger zijn dan nodig. Daar is wel wat aan te doen. Een aantal strategieen om de abandonment-rate te verlagen:

  • Wees duidelijk over verzendkosten, extra kosten en dergelijke op de site. Dwing bezoekers niet om het uit te vogelen door een ‘proefbestelling’ te plaatsen. Hou de regels simpel.
  • Kijk hoever je kan gaan met gratis verzending of zeer lage verzendkosten, je ziet het direct terug in conversie (en hopelijk niet teveel in de marge, in negatieve zin)
  • Hou alles simpel en vraag NOOIT om registratie voor het afrekenen. Mocht klantregistratie essentieel zijn (wees kritisch!) hou het dan simpel en geef klanten de optie om met hun Facebook account oid te registreren.
  • Toon garanties omtrent prijs (bijvoorbeeld laagste prijs garantie), retourzending, garantiecertificaten en keurmerken, etc bij de shopping cart.
  • Toon customer support informatie bij de cart.
  • En, last but not least, misschien wil de klant er gewoon even over nadenken, biedt hem de kans om zijn winkelwagen te bewaren of laat hem weten dat de website zijn winkelwagen zal onthouden voor bij een volgend bezoek.

Belangrijkste doelen en frustraties van online marketeers

Wat houdt marketeers het meest bezig op het gebied van online marketing? Onderzoek van webmarketing123 laat zien dat er belangrijke verschillen zijn tussen B2B en B2C marketeers. Waar B2B marketeers het meest bezig zijn met het genereren van keiharde leads, zijn B2C marketeers het meest geinteresseerd in het vergroten van de naams-/merkbekendheid. Op zich niet zo gek in een wereld waar meer B2B-marketeers een directe relatie onderhouden met klanten en waar B2C-marketeers vaak afhankelijk zijn (en strijden met) distributie-kanalen van derden. Maar dan blijft de vraag: zou pull marketing online dan wél werken?

IIn relatie tot het voorgaande is het wel gek om te zien dat de grootste frustratie van marketeers het meten van de ROI van de online inspanningen is. Is dat bij offline marketing dan eenvoudiger? Juist niet! Een statistiek die zich wat lastig laat duiden: de ROI van SEO moeilijker meetbaar dan die van Social Media? 1 op de 5 heeft moeite met de ROI van PPC meten? Het lijkt voor veel marketeers tijd voor een cursus Google Analytics…

En dan vraag je je af hoe deze marketeers (waarvan 60% moeite heeft met het meten van de ROI van social media) hebben bepaald dat ze geld verdienen aan social media. Bijna 40% van de B2C marketeers geeft aan geld te verdienen aan Facebook (wij ontmoeten ze in onze dagelijkse praktijk tot op heden zelden/niet). En 6% schijnt zelfs te verdienen aan Pinterest! Ook opvallend dat de investeringen in social media in grote lijnen op elkaar lijken. Het belangrijkste verschil is dat B2C marketeers meer in Facebook investeren en B2B marketeers meer in LinkedIn. Daar hadden we dit onderzoek ook niet voor nodig…

 

Internet-jaren zijn tropenjaren: van 2002 naar 2012

Eens in de drie weken komt het onderwerp bij Compass boven kruipen: wat gaat het toch ongelooflijk hard op internet! Wat is er in een korte tijd veel gebeurd! Weet je nog X? (x = bv de Commodore64).

Dit fragment uit een infographic haalde ook die gevoelens bij ons boven. Wow, wat gaat het hard!

En vooral hoe hard de concurrentie en het aanbod toeneemt. In 10 jaar tijd is het aantal gebruikers verdrievoudigd en is het gebruik per gebruiker vervijfvoudigd (15x meer volume dus).

Maar het aantal website? Bijna X 200!

Facebook tabs minder effectief in nieuwe Timeline

 

In Q1 2012 is Facebook overgegaan naar een nieuw ontwerp van de Timeline en de  pagina’s van gebruikers. Het accent is daarbij nog meer komen te liggen op de tijdlijn en minder op de tabs. In het vorige ontwerp leken deze op de subrubrieken van een website. Onder het logo konden een aantal rubrieken worden aangemaakt waar de afzender (bv het merk) vrij informatie op kon plaatsen. Dat is in het nieuwe ontwerp vervangen door 4 beheerbare blokken (het kunnen er meer zijn, maar die komen dan ‘achter de klik’).

Uit de grafiek blijkt wat het impact is van het nieuwe ontwerp op het doorclick-ratio op deze tab-paginga’s. Hoewel deze tab-views nooit erg hoog zijn geweest, is het gebruik ervan gehalveerd. Ook toont de grafiek hoe FB-gebruikers deze tabs in het weekend veel actiever bezoeken. De tabs zijn dan ook niet via de mobiele telefoon te zien en dat is het favoriete access device door de weeks.

Welke tweets worden het meest doorgestuurd?

Voor veel online marketeers is Twitter een instrument waarmee zij Buzz or reach hopen te bereiken. Het is toch een mooi begrip dat je -met het juiste bericht- jouw doelgroep hun peers kan laten bereiken?

Maar wat zijn nu de eigenschappen die een Tweet retweetable maken?

  • Timing. Midden in de week worden tweets het meest gelezen. Lunch en einde-dag zijn het best om gelezen te worden. 5 uur blijk het beste tijdstip voor een RT te zijn. Hoe later op de middag hoe beter.
  • Autoriteit. Hoe geloofwaardiger en relevanter de afzender, hoe groter de kans op RT. Ben je een afzender waar mensen trots op zijn? Investeer in het bouwen van autoriteit, en verspeel deze niet met non-tweets (in de ogen van jouw volgers)
  • Puntig en niet over-the-top. Hou het kort en duidelijk. Zorg voor voldoende ruimte om überhaupt te retweeten (max zo’n 110 tekens) en vermijd goedkope woorden als spectaculair, ongelooflijk, verbluffend. De tactieken van Tell Sell zijn niet die van Twitter.
  • Trending topics/names. Zorg voor populaire woorden en namen in de tweets. Veel mensen volgen lijsten met dergelijke woorden en ook zij kunnen jou RTen.
  • Testen. Probeer verschillende dingen uit en kijk wat het best voor jou als afzender/organisatie werkt.

Tablet wint het van de smartphone in mobile commerce

De groei van het internetverkeer via tablets en smartphones groeit heel snel. Waar vorig jaar nog 94% van het verkeer nog afkomstig was van ‘gewone computers’ is dat in 1 jaar tijd (!) terug naar 88%. En de trend lijkt zich door te zetten.

Waar de smart phone vorig jaar voor veel meer verkeer zorgde dan de tablet, zijn de rollen binnen een jaar omgedraaid. En dat terwijl en een veelvoud aan smart phones dan iPads aan de installed base zijn toegevoegd. Een van de problemen zal de dure connectiviteit zijn. Maar ook dat de tablet zich heel snel een plek aan het geven is als favoriete acces device om ‘relaxt’ aan het internet deel te nemen: thuis, op het werk, en onderweg (vooral via wifi).

Dat blijkt ook wel uit de opvallende conversiecijfers. Waar de tablet een conversie heeft die zich met de PC kan meten (de gemiddelde orderwaarde is in de regel zelfs hoger). Blijft de smart phone vaak achter. Het is vaak ook nog moeilijker om een bestel- of registratieproces via de smartphone op een prettige manier te doen. Of om toegang te hebben tot alle informatie die je bij de bestelling nodig hebt als je onderweg bent.

Wat doen mensen met hun mobieltje rond het shoppen?

Nu ruim 50% van de consumenten rondloopt met een smartphone begint de tijd voor retail- en product-/brand-marketeers te dringen om te zien wat ze met dit fenomeen aanmoeten. Het bovenstaande onderzoekt onderstreept nog eens hoe sociaal koopgedrag is. De grootste toepassing van de smart phone is het fotograferen van het product in de winkel. Om het later nog eens te zien, maar vooral om het met anderen te delen, eventueel direct via de mail! Wat kan/moet je hier als marketeer mee? Verpakkingen laten ontwerpen die beter afgestemd zijn op fotograferen/doorsturen?

En dan is er natuurlijk het zoeken naar informatie over het product. Is deze camera wel spatwaterdicht? Zijn deze sneakers er niet in andere kleuren? Zit er ook een US-stekker in de doos? Google geeft sneller en duidelijker antwoord dan de meeste verkopers in een winkel en de consument weet dat. Wat is de toegevoegde waarde van retail straks nog? Wat moet een verkoper straks kunnen? Meer, of juist minder?

En -last but not least- prijsvergelijking. Ruim eenderde geeft aan het nog even online te checken. Hoe ga je als winkelier ervoor zorgen dat je er dan nog positief uitspringt? Dat de consument niet -op jouw winkelvloer- een order bij een online concurrent gaat plaatsen omdat hij 5% goedkoper uit is? Wat is jouw toegevoegde waarde? Of verwordt je tot een gratis toonzaal voor de online winkeliers? (zo lang dat sustainable is natuurlijk). En dat de consument bereid is om ook mobiel de online aankoop te doen wordt ook duidelijk uit dit onderzoek.

Spannende tijden voor marketeers, we blijven het roepen!

Facebook, Twitter en LinkedIn blinken allemaal ergens in uit, Google+ blijft achter

Hoewel het op de beurs niet zo goed gaat met Facebook is en blijft het met afstand het grootste sociale netwerk. Naar eigen zeggen ruim 900 miljoen gebruikers en ergens in 2013 wordt de miljardste Facebook-gebruiker verwacht.

Facebook gebruikers zijn ook actieve gebruikers, zij delen veel informatie en lezen de posts van hun vrienden regelmatig. Als het gaat om het delen van posts van anderen (Share bij FB, retweet bij Twitter) doet spant Twitter de kroon. Twitter gebruikers hebben een 5x hogere waarschijnlijkheid om een bericht door te plaatsen dan FB-gebruikers. Dat is de kracht van Twitter. Hoewel het van de vier leading social media de kleinste is (in aantal gebruikers) is er de grootste ‘doorgeef-cultuur’ dat is voor de marketeer een dankbaar kanaal. Bij andere kanalen is óf de activiteit van gebruikers veel kleiner (LinkedIn en G+) of draait het meer om eigen/originele content die wordt geplaatst (FB).

 

 

LinkedIn heeft iets meer gebruikers als Twitter en zij zijn ook minder actief. Het delen van informatie met de achterban is op bijna alle vlakken veel lager dan bij FB en Twitter. Een uitzondering is zakelijk georienteerde informatie; waar FB daar een lage waarschijnlijkheid van doorplaatsen heeft, is LinkedIn daar juist heel sterk. Kansen voor B2B-maketeers dus.

Het sufste jongetje van de klas is Google+. Het netwerk blijft (ondanks de ‘koppelverkoop’ met de andere google producten sterk achter. Het aantal gebruikers is nog aanzienlijk en vergelijkbaar met Twitter en LinkedIn, maar de gebruikers laten hun account gewoonweg links liggen. Met logt er niet op in, en men deelt geen informatie. Geen unieke/persoonlijke content, en er wordt geen informatie op doorgeplaatst. Google zal een doortastende strategie nodig hebben om G+ tot een succes te maken.

Marketing als succes-driver van app marketing

Het lijkt een open deur -goede marketing is een kritische succes factor voor een app- maar 59% van de apps halen niet genoeg op om de ontwikkelkosten te dekken. Is dat gek als 52% van de ontwikkelaars 0 euro (nul dus…) budgetteren voor marketing? De apps die het best verdienen investeren gemiddeld 14% van hun kosten in marketing, dat is eigenlijk niet eens veel voor een software-product.

Ongelooflijke volumes in sociale media

Eigenlijk kan het niet meer, sociale media onder ‘innovation’ scharen. Het volume aan actieve deelnemers en de activiteit is zo enorm dat het geen nieuwe-opkomende kanalen meer zijn, maar dat het mainstream is. Maar dan wel een mainstream die de meeste marketeers nog niet onder de knie hebben.

De infographic (met dank aan Iordache Voicu) illustreert wat er allemaal door gebruikers op sociale media wordt geplaatst. In 1 minuut…

Wat er zoals op internet gebeurd…in 1 minuut!


2 miljoen zoekopdrachten in Google per minuut, 272.070 dollar webshop-omzet (150 miljard per jaar), 47.000 apps over de toonbank. Per minuut, elke minuut. Zo hard gaat het. En het blijft groeien, elke minuut komen er 217 gebruikers van het mobiele internet bij (en die downloaden ieder wel weer zo’n 100 apps). Internet…dat gaat nog eens heel groot worden!